Elektriciteit

De pioniers  in België die het eerst elektriciteit produceerden en gebruikten waren vaak de fabrieken en industriëlen, hoewel er ook enkele particuliere initiatieven gekend zijn. Door een dynamo aan een stoommachine te koppelen kon stroom opgewekt worden om kleinere elektromotoren aan te drijven of lampen te doen branden in de fabriek. In sommige gevallen voorzag de fabriek meteen ook stroom voor de bedrijven of bewoning in de onmiddelijke nabijheid. Kenmerkend is dat de elektriciteit in de beginjaren gedecentraliseerd en zeer lokaal geproduceerd werd. 

Elektriciteit moest concurreren met de stoommachine, de brandstofmotor, in de steden met gasvoorzieningen en op het platteland met steenkool als energievoorziener. De grote troeven van elektriciteit waren het enorme krachtpotentieel (in aandrijvingen), de grote precisie, veelzijdige toepassingsmogelijkheden en het fantastisch distributiepotentieel op grote en kleine afstand.

Al vroeg in de 20ste eeuw kwam de gecentraliseerde productie van elektriciteit op gang. Er was een sterke wisselwerking tussen afname en productie die elkaar steeds versterkte. Om beter te kunnen concurreren met gas/brandstof/stoom/... moest elektriciteit goedkoper geproduceerd worden en breder beschikbaar zijn. Er werd sterk geïnvesteerd in het uitbreiden van het distributienetwerk en het bouwen van centrales. Zo werd elektrische tractie bijvoorbeeld graag gebruikt voor transport in en tussen fabrieksgebouwen of voor het trekken van binnenvaartschepen langs de kanalen.

De netwerken die hiervoor werden aangelegd, werden de slagaders die de vele centrales verbonden die elektriciteit in het net pompten. Tegelijk betekende het groeiende netwerk dat steeds meer consumenten bereikbaar werden. Meer afnemers die steeds meer elektrische apparaten gingen gebruiken zorgden voor een steed stijgend elektriciteitsverbruik. 

Stuwende kracht achter de groeiende populariteit van elektriciteit werd het continue uitbreidende gamma aan toepassingen: van motoren naar verlichting (denk aan de gloeilamp), verwarming, communicatie en media (radio, telegrafie, telefoon, televisie ...), huishoudtoestellen zoals de koelkast, fornuis, stofzuigers, strijkijzers...

Vandaag kunnen we elektrische toestellen en toepassingen gewoon niet meer wegdenken. Vooral de economisch gunstige periode na de Tweede Wereldoorlog, waarbij veel consumenten elektriciteit en elektrische huishoudtoestellen in hun huis brachten, was een periode van expansie voor de elektrificatie van België. Daarnaast zorgden de vele wetenschappelijke en technische doorbraken voor continue verbetering, uitbreiding en vernieuwing van het elektriciteitsnetwerk en de elektrische toestellen.

Bibliografie

Wie weet iets?

Wie heeft iets?

Reactie toevoegen

In de kijker

Op zaterdag 17 maart 2018 organiseert ETWIE zijn zesde ontmoetingsdag. Deze dag, met als titel ‘TWIE goes international’, vindt plaats in het nieuwe Havenhuis in Antwerpen.

Op woensdag 28 maart vindt in het MIAT in Gent de studiedag plaats over gevaarlijk erfgoed. Gevaarlijke producten of installaties worden in de eerste plaats gelinkt aan technisch of wetenschappelijk erfgoed. Maar alle collecties kunnen venijnige kantjes hebben.

Nieuwsbrief