Home / Textiel en kledij / Textielproductie / Kant

Kant

Het vervaardigen van kantwerk is een kunstambacht dat in Vlaanderen een eeuwenlange evolutie doorgemaakt heeft. Vanaf de 16 de eeuw heeft de kantproductie en de kennis erover zich vanuit Vlaanderen verspreid over Europa en de wereld. In Vlaanderen ontstonden verschillende technieken met typische kenmerken die erg van elkaar verschillen en die een eigen ontwikkeling gekend hebben. Reeds vanaf het ontstaan in de 16de eeuw kan men spreken van twee kantsoorten: de klos- en de naaldkant. De kloskant wordt gemaakt op een kantkussen met draad en klosjes, de techniek vond zijn oorsprong in het passementwerk. Hieruit ontstond de techniek van de kant met doorlopende draden. Later ging men een nieuwe techniek hanteren, namelijk die van de afgeknoopte draden waarbij men losse delen gaat samenvoegen tot een geheel.

De naaldkant vond zijn oorsprong in het borduurwerk en wordt gemaakt met naald en draad. Stilaan kwam de drang om meer reliëf en transparantie te brengen in het borduurwerk. Oorspronkelijk bracht men meer lichtheid in het werk door draden uit de stof te trekken. Zo ontstond een stramien waarrond gewerkt werd met festonsteken. Later werkte men op een stramien los van de stof. Men kreeg een werkstuk dat enkel gemaakt werd met naald en draad.

Van bij het ontstaan waren de Zuidelijke Nederlanden toonaangevend voor de productie van kloskant. In de 17de eeuw sprak men in hoofdzaak van Vlaanderse kant, en in het begin van de 18de eeuw ontstond een toenemende specialisatie met de opkomst van verschillende kantgenres. De types werden genoemd naar de stad waar ze het meest geproduceerd werden, zo ontstond de Mechelse, Brusselse, de Binchekant en de Valenciennes. Maar in deze periode werden deze kanten in het algemeen nog Antwerpse kant genoemd omwille van het feit dat Antwerpen in deze periode het handelscentrum was. In de loop van de 17de en 18de eeuw drukt de kantnijverheid een zware stempel op de mode en kent een ware hoogbloei. De Vlaamse kanten waren zeer gegeerd door de adel en de clerus. In de 19de eeuw zorgde de opkomst van de machinale tule en de machinale kantproductie voor zware concurrentie. Maar daarnaast beleefde productie van handgemaakte kant toch nog periodes van hoogbloei en bleef zich handhaven naast de machinale productie. De uitvinding van de tule leidde tot het ontstaan van nieuwe genres.

Overal in Vlaanderen ontstonden kantsoorten die gemaakt werden door werksters geconcentreerd rond steden en gemeenten als Brugge, Aalst, Geraardsbergen, Beveren, Turnhout, Sint-Truiden en Lier. De naaldkant productie was geconcentreerd in het Waasland. De kennis en vaardigheid werd overgedragen van generatie tot generatie via overlevering van moeder op dochter en in latere fase via onderwijs in scholen van kloosters. Een grote vooruitgang op gebied van kantonderricht kwam er in de vroege twintigste eeuw toen in Brugge de zogenoemde 'kleurencode' geïntroduceerd werd. De ontwerpen werden uitgetekend in technische tekeningen de' slagen' werden in kleur uitgetekend zodat de werkster de te gebruiken techniek kon 'lezen'.

De kantnijverheid bleef in Vlaanderen bestaan tot aan de tweede wereldoorlog, daarna werd het kantonderricht nog in enkele kloosterscholen verder gezet. Tot in 1948 werden in Brugge regentessen in kant opgeleid, maar de afdeling werd daarna stopgezet. In de jaren 60 van de vorige eeuw ontstond een stroming waarbij de kant werd losgemaakt van het produceren van gebruiksvoorwerpen. In Brugge werden nieuwe ontwerpen gemaakt in een andere stijl, de kantwerkster ontwerpt van dan af zelf en voert de eigen creaties uit. Deze nieuwe doorbraak kreeg al snel opvolging in Sint-Truiden en Poperinge. Kantkunstenaars maakten ontwerpen in twee en drie dimensies. Nog steeds maakte men gebruik van de oude kanttechnieken, maar het gebruik van nieuwe materialen werd sterk uitgebreid. Ondertussen werd in verschillende onderwijsinstellingen aan onderzoek en analyse gedaan. Oude kanten werden ontleed en gereconstrueerd en de eigenschappen van de oude technieken werden vastgelegd.

Erfgoedkaart kantgemeenschap vandaag

Bibliografie

Wie weet iets?

Lydia Mertens - Expert
Johan Coene - Expert
Frieda Sorber - Onderzoeker
Bie Geers - Expert

Wie heeft iets?

Wie kan iets?

Reactie toevoegen

In de kijker

Ben je bereid je kennis over te dragen en ben je op zoek naar een leerling? Of ben je leergierig en zoek je een meester die je de kneepjes van een ambacht kan leren? Kijk dan zeker even naar volgend overzicht.
In het kader van het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed organiseren we in samenwerking met de Nederlandse Stichting Bedrijfsgeschiedenis op vrijdag 16 november een studiedag over bedrijfserfgoed.

Nieuwsbrief