Etnografische Verzamelingen UGent Museum

Adres

Het Pand, Onderbergen 1
9000 Gent
09 264 83 26

Deze verzamelingen behoren tot de faculteit Letteren, vakgroep Kunst-, Muziek- en Thea-terwetenschappen. De collectie bestaat uit 7.500 etnografica waarvan er ongeveer 350 permanent worden tentoongesteld. 

De Etnografische Verzamelingen ontstonden in 1825 onder impuls van de eerste koning van de Nederlanden, Prins Willem I van Oranje (1772-1843). Hij maakte wetenschappelijke verzamelingen aan universiteiten verplicht. In het toenmalige Musée des Antiquités de l'Université de Gand was er oorspronkelijk alleen sprake van een Indonesië-collectie. Objecten uit Java werden verzameld door Eduard De Bast, de neef van Kannunik Martin-Jean De Bast en Indonesische beelden en wapens uit de collectie van baron J.J. van Geen die werden toegevoegd in 1826-1829. De collectie werd vanaf 1895 systematisch aangevuld met aankopen en schenkingen door professoren aan de universiteit van Gent. De meeste voorwerpen werden verzameld tussen het einde van de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw. 

Enkele sleutelmomenten zijn:

  • Prof. A. De Ceuleneer (1849-1924), docent in de oudheidkunde. Hij wist de precolumbiaanse Maya objecten uit Guatemala van consul Georges Léger (136 voorwerpen) te verwerven. Prof. A. De Ceuleneer en Prof. C. De Bruyne (1861-1937) kochten objecten aan uit Mexico. De Ceuleneer kocht Zapoteekse stukken uit Oaxaca. De Bruyne kocht eveneens voorwerpen uit Oaxaca aan van het Berlijnse Museum für Völlkerkunde. Zijn tweede aankoop uit dit museum betrof een verzameling Azteekse voorwerpen. In totaal gaat het om 150 objecten. Een derde collectie is afkomstig uit Colombia en omvat 48 objecten uit keramiek van de Quimbaya-cultuur. Deze werden in situ verzameld door een zekere heer Valcke uit Gent.
  • Prof. C. De Bruyne (1861-1937), een bioloog, natuurhistoricus en etnograaf. Hij richtte aan het begin van de 20ste eeuw een Institut de Biogéographie op waarvoor hij tussen 1903-1912 voorwerpen van schriftloze culturen die specifiek etnografisch zijn verzamelt. Hij vulde de collectie verder aan met aankopen uit de drie verzamelgebieden: Oceanië, sub-Saharaans Afrika en Midden-Amerika. In totaal verzamelt hij ca. 990 voorwerpen die samen de kern vormen van de huidige Etnografische Verzamelingen.
  • Prof. P. van Oye (1886-1929) was de eerste toezichthouder van wat toen het 'Etnografisch museum' wordt genoemd. In 1928 maakte het ‘Aardrijkskundig Instituut’ via prof. G.G.Dept een klein aantal etnografische objecten uit Oceanië over, waaronder twee kohe-panelen en een schild van de Papoea-Golf van Nieuw-Guinea en twee figuratieve steltsteunen van de Marquesas-eilanden.


De basis voor de huidige Etnografische Verzamelingen werd gelegd door Prof. F.M. Olbrechts (1899-1958), professor in de Etnische Kunst en Etnologie. Hij breidde de collectie uit zodat de studenten de artefacten konden bestuderen. In 1937-1956 voegde hij objecten uit Melanesië, Centraal-Afrika, Ivoorkust en Noord-Afrika toe. Al in 1936 ontvangt hij schenkingen, waaronder de monumentale boomvarensculptuur uit Vanuatu, die tot de topstukken van de Etnografische Verzamelingen behoort. Deze werd geschonken door mevrouw Hayois uit Brussel. Door aankopen, ruilen en contacten met verzamelaars, weet prof. Olbrechts de verzamelingen te verdubbelen.
De collectie groeide verder aan door de wetenschappelijke expeditie naar de Ivoorkust die hij samen met zijn oud-studenten P.J. Vandehoutte en A. Maesen inrichtten (november 1938 – december 1939). Het was voor het eerst in de geschiedenis dat er wetenschappelijk gedocumenteerde voorwerpen werden verzameld. P.J. Vandehoutte deed onderzoek en verzamelde bij de Dan en Wè terwijl A. Maesen zich op de Senufo richtte. In totaal gingen 275 voorwerpen van deze expeditie naar de Gentse universiteit. In 1939 ging Olbrechts vervolgens een ruil aan met het Department of Indian Art van het Denver Art Museum waardoor hij een reeks van 150 Noord-Amerikaanse objecten verwierf.

Onder de opvolger van Prof. Olbrechts en Prof. P.J. Vandenhoutte (1913-1978) werd er een nieuwe inventaris opgemaakt en werd de collectie gepresenteerd in moderne functionele vitrines. In 1968 werd het nieuwe museum ingehuldigd. De collectie werd oorspronkelijk ondergebracht bij de faculteit Letteren en Wijsbegeerte op de Blandijn. Wegens gebrek aan ruimte werd de collectie in 2002 verplaatst naar zijn huidige locatie, namelijk in Het Pand.

De voorwerpen werden al van in het begin verzameld als studieobjecten. Ze waren het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek en werden bestudeerd door studenten in de colleges. De opleiding Etnische Kunst aan de UGent was de eerste opleiding in dit vakgebied in Europa, maar in 2008 werd ze stopgezet. Hierdoor wordt de collectie vandaag niet langer actief ingezet in dit onderwijs, maar wordt ze onderzocht door onder andere studenten uit de archeologie, die over de precolumbiaanse voorwerpen een stage doen.
Naast studenten wordt een breder publiek aangesproken. Er worden rondleidingen georganiseerd voor verschillende doelgroepen (onder meer lager en middelbaar onderwijs, socioculturele verenigingen). Sinds december 2008 is de collectie voor het eerst in haar bestaan tijdens evenementen toegankelijk voor individuele bezoekers. Het publiek blijft komen en groeit gestaag door wisselende presentaties.

De collectie wordt aangevuld met schenkingen, handgiften en een permanente bruikleen. Begin 2011 was er nog een schenking van 64 objecten uit Oceanië (Nieuw-Guinea), Afrika, Himalaya en Groenland afkomstig uit Leiden. Er worden geen objecten meer aangekocht.

Van elk voorwerp is er een papieren fiche met beknopte informatie bijgehouden (max. 10 velden). Deze gegevens worden door vrijwilligers, (oud-)studenten en stagiaires aangevuld met nieuwe literatuur en beschreven in Adlib. Vanuit Adlib worden de gegevens online ontsloten via MovE.

De Etnografische Verzamelingen zijn enkel te bezoeken op afspraak. Rondleidingen zijn mogelijk op aanvraag. Bij specifieke activiteiten is het museum open voor bezoekers (bv. Gentse feesten).

Reactie toevoegen

In de kijker

Op zaterdag 7 september organiseert ETWIE in samenwerking met de Vrienden van het Industriemuseum een studiebezoek aan het industrieel erfgoed in Oost-Vlaanderen!

Nieuwsbrief