Aalter

Aalter was lange tijd een  vrij landelijke gemeente waar heel wat gezinnen tot het begin van de 20ste eeuw hun inkomen uit de landbouw moesten aanvullen met huisarbeid (o.a. kantklossen) en de seizoenarbeid (bietenoogst, jeneverstoken in de winter ...). Als aandenken aan deze trimards of fransmans en spellewerksters werden op het kerkplein van St.-Maria-Aalter twee kleine monumenten geplaatst, met de voorstelling van hun typische werktuigen: een bietenvork en -mes en een reuzenkantklos. 

In 1838 werd Aalter via het spoor verbonden met grotere steden als Gent, Brugge en Deinze. In de 19de en 20ste eeuw trok de industrie uit die steden heel wat arbeiders vanuit het platteland aan. Vanuit Aalter pendelden heel wat arbeiders dan ook naar de steden om daar in de fabrieken te werken. Het kanaal Gent-Brugge zorgde er voor dat de handel in kolen, meststoffen en bouwmaterialen van de familie Bockaert een flinke groei kende in de 19de eeuw. Het bedrijf, opgericht in 1832, bestaat overigens nu ook nog steeds. BOTHA (Bockaert en Thienpont) is dus de oudste handelszaak van Aalter en omstreken. Een mooie getuige van de geleidelijke industrialisatie is bijvoorbeeld de Teerlingmolen. Aanvankelijk een houten windmolen werd dit in 1868 een bakstenen oliewindmolen. In 1882 werd in een aanbouw van de molen een stoommachine zodat er ook olie geslagen kon worden als er geen wind was. In deelgemeente Poeke bevindt zich de Artmeersmolen, die in 2014 werd aangekocht door beroepsmolenaar Mike Ekelschot. Het is de enige molen in Oost-Vlaanderen die op professionele basis wordt uitgebaat.

Nog voor de Eerste Wereldoorlog opende de Gentse textielindustrieel Van der Haeghen een vestiging aan het kanaal. De gebouwen zouden na de Tweede Wereldoorlog nog verder worden gebruikt door het familiale meubelbedrijf van de familie Sturtewagen (STURZO). Ten zuiden van het kanaal kwam in de jaren 1950 de beton- en gevelelementenfabriek PREFALITH.

Er waren ook verschillende brouwerijen actief in Aalter en zijn deelgemeenten, zoals de brouwerij van Constant Bruneel aan de Markt, brouwerij Meiresonne in Bellem, brouwerij Maenhout in Lotenhulle... Deze familiebedrijfjes richtten zich vooral op de lokale markt. Na WO I verdwenen de meeste brouwerijen, terwijl sommige hun activiteiten verlegden naar de bierhandel. De geschiedenis van de Aalterse brouwerijen is nog maar beperkt onderzocht.

Het was pas na de officiële oprichting van een industriezone begin de jaren 1960 dat er zich echt industrie ontwikkelde in Aalter. De grote sprong voorwaarts voor de tewerkstelling en uitstraling kwam er vooral door de bouw van een vestiging van de staalgroep Bekaert. In de piekjaren zorgde Bekaert voor een tewerkstelling van ca. 1500 mensen. De vestiging werd in het eerste decennium van de 21ste eeuw beetje bij beetje afgebouwd en in 2014 werd zelfs een groot deel van de fabrieksgebouwen gesloopt en in ontwikkeling gebracht. De eerste Aalterse industriezone (Lakeland) werd nog aangevuld met twee nieuwe zones (Langevoorde en Woestijne). Op deze terreinen bevinden zich vooral gespecialiseerde kmo-bedrijven die dankzij de aanwezigheid van de autosnelweg E40 een goede uitvalsbasis vinden in Aalter.

Bibliografie

Wie weet iets?

Peter Laroy - Onderzoeker

Wie kan iets?

Reactie toevoegen

In de kijker

We hebben beslist om de 8e ETWIE-ontmoetingsdag, die gepland stond op zaterdag 9 mei, te verschuiven naar een latere datum.

Nieuwsbrief