Anderlecht

Vanaf het begin van de 19de eeuw begonnen de grote industrieën zich in Anderlecht te vestigen, eerst in het zuidoosten van de gemeente, later langs de verkeersaders waarvan ze afhingen: het kanaal van Charleroi, de spoorweg, de Ninoofsesteenweg of de Bergense Steenweg. De nabijheid van Brussel en zijn markten, en de aanwezigheid van de Zenne, waarvan het water voor diverse doeleinden werd gebruikt, trokken tal van investeerders aan. 

In het geval van de textielnijverheid vestigden de spinnerijen en ververijen zich langs de Zenne, waarvan ze het water gebruikten om wol en katoen te wassen, maar ook voor het verven en spoelen. De fabrieken die eindproducten afleverden (lakens, kleren, hoeden…), vestigden zich in de 'Gouden Driehoek' aan de rand van de stad.

Rond het slachthuis heerste een al even drukke activiteit: tot in 1935 werden koeien, paarden en schapen via het spoor aangevoerd. Vandaar vertrok een hele reeks vertakkingen: het vlees werd aan restaurants en slagerijen geleverd, en de huiden werden verkocht aan leerlooiers die er, na ze te laten weken in het water van de Zenne, handschoenen, hoeden of schoenen van maakten. De dierlijke vetten werden opgevangen voor de fabricage van stearine, een vetsoort. 

Na WO II drukten de internationale concurrentie en de omschakeling naar de dienstensector deze bloeiende bedrijvigheid de kop in: de meeste Anderlechtse industrieën moesten verhuizen en over de reconversie van hun infrastructuur werd niets beslist.

Bibliografie

Wie heeft iets?

Wie kan iets?

CVO Brussel - Opleiding Hoefsmid - Onderwijsinstelling

Reactie toevoegen

In de kijker

ETWIE is op zoek naar een nieuwe collega om onze rangen te versterken. Interesse in deze nieuwe functie? Solliciteren kan tot 25 maart!
Op zaterdag 23 maart organiseren we in het Mijnmuseum in Beringen onze 7e ETWIE-ontmoetingsdag. Het programma staat online en inschrijven is vanaf nu mogelijk!

Nieuwsbrief