Arendonk

Voordat in Arendonk de sigarennijverheid bestond, was de voornaamste bron van inkomsten voor de Arendonkenaars de weverij en het turfsteken. Het weefgetouw was in de Arendonkse huiskamers ingeburgerd en de familie kreeg een reden van bestaan door het geld dat verdiend werd met het afgeleverde weefgoed. In Antwerpen was in 1800 nog een Arendonkse Halle en een Arendonkse lakenmarkt. In 1875 kwam de eerste kous uit de breimachine en dat betekende meteen het einde van de weverijen. Er was nog een kleine opflakkering, maar de huisbedrijfjes konden niet op tegen de grote fabrieken. Geleidelijk aan werd overgeschakeld op sigaren.

De fabriek van Ansems was de eerste grote fabriek die overschakelde op sigaren. Het was echter Van de Pas die de sigarennijverheid op gang bracht. Eerst begon hij te werken in zijn huis, toen in een schuur en later in een fabriek. In 1885 waren er al 9  fabrieken. Sommigen hadden meer dan 100 mensen in dienst. Karel I, Stompkop, Witteveen, Dante, Jamayca, Gorpi, Alto, P.P. Rubens, Verellen, Maes, Cuylits, Ansems en Van de Pas waren enkele van die namen.

Op dit moment resten enkel nog enkele gebouwen die ons herinneren aan de periode van de sigarennijverheid. Het gebouw van P.P. in de Torenstraat staat nog overeind, maar de belangrijkste getuige van dit roemrijk verleden is het gebouw van Karel I, waar de kunstacademie een nieuw onderkomen heeft gevonden.

In Arendonk werd in 1872 toestemming verleent om een kunstmestfabriek op te richten, waarvan enige tijd later bleek dat het een dynamietfabriek zou zijn. In 1881 begon de Société des Poudres en Dynamite d'Arendonck met de productie van springstoffen. Het productieproces was niet zonder gevaar. Tussen 1884 en 1931 waren er 13 ontploffingen. De veiligheidsvoorschriften werden steeds strenger en de centrale gebouwen werden verspreid geplaatst en met walletjes omgeven, om zo het ontploffingsgevaar en de risco's op grootschalige schade te beperken.

Een oud-werknemer van de fabriek getuigde dat de werknemers klompen droegen en alle metalen knopen en gespen (van bijvoorbeeld een broeksriem) moesten verwijderen, zodat het metaal zeker geen vonk zou kunnen maken als het in een machine terecht kwam. De Limburgse steenkoolmijnen waren de voornaamste afnemers van de dynamietstaven. De achteruitgang van de mijnen trof de dynamietfabriek ook, ze werd in 1964 gesloten. De huidige poederstraat in Arendonk verwijst nog duidelijk naar deze fabriek, in de volksmond gekend als de 'poeier'.

Bibliografie

Wie heeft iets?

Wie kan iets?

Reactie toevoegen

In de kijker

We hebben beslist om de 8e ETWIE-ontmoetingsdag, die gepland stond op zaterdag 9 mei, te verschuiven naar een latere datum.

Nieuwsbrief