Baksteen

Bakstenen worden al duizenden jaren gebruikt als bouwmateriaal. Aanvankelijk werden de stenen uit klei of leem ongebakken op elkaar gelegd om een muurtje te vormen. Ze droogden vervolgens in de zon.In de Romeinse periode werd de techniek verder verfijnd.

Bakstenen waren erg populair, vooral bij Romeinen die het zich konden veroorloven om een gebouw op te trekken uit baksteen. De gewone bevolking hield het nog bij houten huizen. Met de val van het Romeinse rijk, verdween ook tijdelijk de kennis over het produceren van baksteen, om in de late Middeleeuwen (ca. 12e eeuw) opnieuw opgepikt te worden. Daar waar klei was, werden bakstenen geproduceerd en verder verhandeld naar de rest van Europa. Ook zo in Vlaanderen, met steenbakkerijen in de regio rond Kortrijk, het Land van Waas, de Noorderkempen, de Rupelstreek en aan de kust. Het formaat, de kleur en de kwaliteit van de baksteen kan erg variëren. Enerzijds afhankelijk van de functie (bv. geperforeerde snelbouwers of gebogen stenen voor ronde schoorstenen), anderzijds omwille van de kwaliteit van het bakken van de steen als van de kwaliteit en samenstelling van de gebruikte klei. 

Met de industrialisering en de toenemende vraag (door o.a. een toenemende bevolking) steeg het aantal steenbakkerijen in de 19e eeuw enorm. Bovendien raakte de nijverheid meer geconcentreerd in bepaalde gebieden, die voordeel haalden uit hun ligging (vlotte aanvoer van steenkool en uitvoer van bakstenen over water) en/of aan de rijkdom van de aanwezige kleilagen.

Twee belangrijke technische evoluties deden zich voor wat de productie van de stenen betreft. Voor het mengen van de klei en het vormen tot bakstenen was dat het gebruik van de vormbakpers (met 'boerenstenen' als resultaat), de strengpers en de 'Saint-Hubert', een droogpers die soorten klei met zo weinig mogelijk water mengt en vormt tot bakstenen.

Ook in het bakken van de bakstenen veranderde er het één en ander. Met het gebruik van steenkool evolueerde de traditionele plattelandsoven naar een klampoven. Stenen die hierin gebakken werden waren harder en beter bestand tegen slijtage. In de tweede helft van de 19de eeuw raakte de hoffman-ringoven ook hier ingeburgerd, al werd de vorm aangepast naar een ovaal of vierkant zodat er een groter volume stenen gebakken kon worden. Dit type stond gekend als de 'Belgische oven'. Een laatste technische evolutie in het bakken van de bakstenen is het gebruik van de tunneloven in de tweede helft van de 20ste eeuw. Het principe bestond al sinds 1870, maar omdat de constructie ervan vrij ingewikkeld was en de 'Belgische ovens' ook naar behoren werkten duurde het bijna een eeuw voor het proces hier ook gebruikt werd.

Wat lange tijd echter onveranderd bleef, was de cruciale stap tussen het mengen en vormen van de klei enerzijds, en het bakken van de vormsels anderzijds: het drogen van de gevormde baksteen. Om de klei tot bakstenen te vormen moest er water bij. Maar om ze te bakken moet er vooraf zoveel mogelijk water weer uit. Dus moeten de bakstenen meerdere weken lang drogen in open lucht. Wel onder een afdak, want als het regent zouden ze anders weer nat worden. De stenen werden met de hand uitgestald en ongeveer om de twee weken op hun kant gezet zodat ook de onderzijde kan uitdrogen.

Ondanks de technische verbeteringen bleef de bleef de baksteenindustrie hierdoor tot de Tweede Wereldoorlog een sector waar handenarbeid primeert, met een groot aantal laagbetaalde arbeiders. Ook werden veel kinderen ingezet in het productieproces.

In de tweede helft van de 20e eeuw maakten de schaalvergroting en de efficiëntieverbetering van enkele wereldspelers dat heel wat steenbakkerijen in Vlaanderen de deuren moesten sluiten. Al blijven ook enkele familiebedrijven met generaties ervaring in de baksteenindustrie stevig overeind.

Bakstenen zijn nog steeds erg aanwezig in het landschap. Niet enkel werden (en worden) gebouwen opgetrokken uit baksteen, de baksteenindustrie heeft het landschap letterlijk voor altijd veranderd. De afgegraven kleiputten zorgden vaak voor nieuwe natuurgebieden met een enorme biodiversiteit. Ook de schoorstenen en transportsystemen van voormalige steenbakkerijen zijn vaak een landmark in de omgeving.

 

Foto: voormalige steenbakkerij SAS, Rijkevorsel (bron: Tijl Vereenooghe)

Bibliografie

Wie weet iets?

Wie heeft iets?

Wie kan iets?

Projecten

2018-2019

CO7 voerde in samenwerking met ETWIE, Liberas en RLICC een project uit rond de steen- en buizenbakkerij Dumoulin (Wijtschate) in het kader van het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed. Alle resultaten staan gebundeld op de projectpagina van CO7.

Reacties

Geachte,
Als onderzoeker, lid van de Kon.belg.Marine Academie hou ik me bezig met de historiek van de
"export over zee van baksteen"

Mijn archief en fotobank behelst de periode van 1928 tot 1965. Door de opkomst van de
"machiensteen" en de stijgende vraag uit Engeland voor goedkopere Boomse baksteen schakelden
enkele steenbakkers zoals Swenden en De Neef over op baksteen in Engelse maat..
Een akkoord met de rederij T.denHartig zorgde voor de bevrachting en de steenbakkers investeerden ook in de bouw van moderne kustvaarders,speciaal gebouwd voor de baksteenvaart.
Op enkele jaren tijd bestond de vloot ui een 5 tal nieuwe schepen die goed concureerden met de
minder versatiele zeelichters die over zee gesleept werden.

Mijn interesse gaat nu naar de periodes van voor 1928. Uit gegevens van oude Antwerpse rederijen werden ook dakpannen naar Mexico en Z.Amerika verscheept.

Na de Reformatie in Engeland werden vele verwoeste kerken en kloosters met baksteen uit
onze kuststreek herbouwd.

Al wie mij hier over kan inlichten is welkom.

Ook ben ik beschikbaar voor medewerking met mijn archief en fotobank / Power-point .
Als ex opvarende van de baksteenschepen .1945 - 1955 is een spreekbeurt nooit zonder
leuke anecdotes.

Reactie toevoegen

In de kijker

We hebben beslist om de 8e ETWIE-ontmoetingsdag, die gepland stond op zaterdag 9 mei, te verschuiven naar een latere datum.

Nieuwsbrief