Brandweer en brandbeveiliging

Geschiedenis

Al sinds mensenheugenis ontstaan er branden en tracht de mens deze onder controle te krijgen om de brandschade te beperken. Een brand vernietigt de leefomgeving van de mens en maakt dodelijke slachtoffers. Waar de mens vroeger vaak genoodzaakt was om louter de schade van een brand te beperken - denk maar aan het vermijden van het overslaan van branden van het ene houten huis naar het andere - kwam de focus doorheen de tijd meer te liggen op bewustwording en het treffen van preventieve maatregelen zodat de risico op brand wordt beperkt.

De oudste georganiseerde brandweerdienst gaat wellicht terug tot de Romeinse tijd waarbij groepen mannen opgeleid waren en ingezet werden bij stadsbranden. In de middeleeuwen en tot ver in de 19e eeuw was het blussen van branden geen professionele tijdsbesteding en waren er geen beroepsbrandweerlieden. Het blussen gebeurde door het opstellen van een lange rij mensen die water in brandemmers doorgaven van de waterbron (een rivier, vijver, etc.) tot aan de brandhaard. De lederen emmers werden bewaard op populaire plaatsen zoals de kerk, een café of het bordeel. Als blussers werden vaak dak- en schaliewerkers en loodgieters aangesproken, aangezien zij gewend waren te werken op hoogte en een ladder in hun bezit hadden.

Een ware vooruitgang kwam er met de uitvinding van de brandslang, waardoor water niet langer met emmer in een ketting moest doorgegeven worden, maar rechtstreeks van de bron via de pomp naar de brand gebracht kon worden. De uitvinding kwam van de Nederlander Jan van der Heijden die eind 17e eeuw stukken leder met nagels aan elkaar vastmaakte. Latere slangen werden uitgevoerd in uiteenlopende stoffen, zoals vlas.

De echte organisatie van de brandweer kwam er pas met de komst van Napoleon die in Frankrijk de Sapeur Pompiers oprichtte. In België verschilde de organisatie van de brandweer van gemeente tot gemeente. Sommige steden hadden al vrij vroeg in de 19e eeuw een professioneel georganiseerde brandweer met wat materiaal zoals emmers, slangen, een ladder, een hand- of paardgetrokken kar en een handpomp. Andere gemeentes en regio’s hinkten wat achterop en moesten lang beroep doen op brandweermannen van naburige dorpen of steden.

Grote ankerpunten in de Belgische brandweergeschiedenis zijn de twee Wereldoorlogen, maar vooral ook de brand in warenhuis L’Innovation in 1967 in Brussel. Door de ramp, waarbij meer dan 250 mensen het leven lieten, werden de werking van de brandweer én het materiaal aangepast. Bij de brand bleek dat verschillende brandweerdiensten amper konden samenwerken door een gebrekkige organisatie en gebruik van ander materiaal. De Belgische wetgeving werd door de overheid als gevolg van dit drama verstrengd wat betreft de brandveiligheidsvoorschriften op openbare plaatsen, winkels en in het bijzonder grote commerciële ruimtes. Ook de werking en het materiaal werden de komende jaren aangepast volgens één Belgische standaard, waardoor samenwerking makkelijker werd.

Een laatste hervorming van de brandweer kwam er in 2015 met de omvorming van de gemeentelijke brandweer naar de organisatie in 34 hulpverleningszones met als doel:

-          een uniforme werkwijze, waarbij alle brandweerkorpsen (hulpverleningszones) op eenzelfde, efficiënte en veilige manier tussenkomen bij interventies;

-          een doorgedreven samenwerking en efficiëntere taakverdeling tussen hulpverleningszones, en tussen zones en eenheden van de Civiele Bescherming;

-          innovatie, waarbij de beste middelen, opleidingen, procedures en regelgeving onderzocht worden en best practices uitgewisseld kunnen worden;

-          een uniformisering en herwaardering van het administratief en geldelijk statuut van de beroepsbrandweermannen en vrijwillige brandweermannen;

- schaalvergroting, met een efficiëntere besteding van budget tot gevolg.

 

Erfgoed

Doorheen de jaren bleef er op verschillende plaatsen diverse soorten erfgoed van de brandweer bewaard. In de eerste plaats zijn de gebouwen waar de brandweer zich doorheen de tijd vestigde een tastbaar restant (een overzicht is te raadplegen op de inventaris onroerend erfgoed). In de tweede plaats zijn er de objecten zoals wagens, klein materiaal zoals koppelingen en onderdelen, kledij en uniformen, etc. Binnen de groep objecten moet er enerzijds een onderscheid gemaakt worden tussen de materiële restanten die betrekking hebben op de werking van de brandweer en de interventies. Anderzijds is er ook nog materiaal bewaard gerelateerd aan het verenigingsleven dat zich afspeelde in de marge van de brandinterventies. Zo werden er vroeger tornooien en wedstrijden georganiseerd tussen verschillende korpsen in binnen- en buitenland, bestonden er voetbalploegen binnen een korps… Hiervan zijn vaak nog truitjes, trofeeën, medailles en andere aandenkens bewaard. Dit materiaal is nog in beperkte mate terug te vinden in verschillende hulpverleningszones. Meer materiaal is bewaard in de private verzamelingen van oud-brandweerlieden thuis of in private musea. Zo ontstonden ook de collecties van het Brandweermuseum in Aalst en Mechelen.

Naast objecten bleef er een grote hoeveelheid archiefmateriaal bewaard. Deze bronnen getuigen over de interventies, de personeelsbezetting, de aankoop en onderhoud van materiaal en de plaatselijke reglementering met betrekking tot brandpreventie. In het archief is kortom de hele werking van de brandweer terug te vinden.Door de verschillende hervormingen van de brandweer, de regelmatige verhuis naar een nieuw onderkomen of de slechte zorg voor deze archieven is er al veel materiaal verloren gegaan. Brandweerarchieven worden in eerste instantie bewaard bij de brandweer in de kazerne zelf; na verloop van tijd gaan deze naar het stads- of gemeentearchief. De laatste brandweerhervorming van 2015, waarbij de kazernes en posten werden ondergebracht in grotere hulpverleningszones, stelt de plaatsing van de archieven voor nieuwe problemen.

Er is nog veel documentatie zoals boeken, folders en foto’s bewaard. Veel van dit materiaal vormt een bron voor de datering van objecten en de reconstructie van de geschiedenis van de plaatselijke brandweer. Veel Vlaamse steden hebben de geschiedenis van ‘hun’ brandweerdienst onderzocht en/of beschreven in boekvorm of online, vaak naar aanleiding van een jubileumjaar.

Ten slotte zijn er nog de immateriële aspecten van het brandweererfgoed, zowel verbonden aan de brandbestrijding als aan het verenigingsleven. De kennis van en de omgang met het blussen van branden wordt doorgegeven van de ene generatie op de volgende. Ook de kennis met betrekking tot het erfgoed wordt vaak nog mondeling doorgegeven en dreigt verloren te gaan wanneer een oudere generatie met pensioen gaat. Verhalen over legendarische branden of rampen, gelinkt aan het materiaal, geven meer informatie over het belang en de waarde ervan, maar werden niet altijd vastgelegd of doorgegeven. Gebruiken en tradities zoals de organisatie van tornooien tussen verschillende korpsen en festiviteiten rond Heilige Barbara, patroonheilige van de brandweer, maken deel uit van dit immaterieel erfgoed.

Bibliografie

Wie weet iets?

Staf Bleeckx - Expert
Fokus-100 vzw - Organisatie
Paul Van Den Eede - Collectie, Expert
Guido De Schepper - Collectie, Expert
Paul Ceulemans - Collectie, Expert

Wie heeft iets?

Projecten

In 2019 heeft ETWIE, in samenwerking met diverse partners, een project uitgevoerd rond de waardering van het brandweererfgoed in Vlaanderen. De resultaten van dit project zijn gebundeld in de publicatie Verslag pilootproject: naar een waardering van het brandweererfgoed in Vlaanderen en Brussel.  (naar beneden scrollen)

Reacties

ik wil graag hieraan meewerken maar het is mij ook al opgevallen hoe weinig informatie rond dit thema is te vinden hier in Belgie. En heb hierdoor de mening dat er al veel verloren is gegaan. Toch wil ik graag hierbij mijn hulp aanbieden,het is tevens voor mij ook een nieuwe bron om informatie te vinden.

Reactie toevoegen

In de kijker

We hebben beslist om de 8e ETWIE-ontmoetingsdag, die gepland stond op zaterdag 9 mei, te verschuiven naar een latere datum.

Nieuwsbrief