Cementrustiek

Er bestaat een lange traditie van het bouwen van rocaille. Al van in de Grieks-Romeinse oudheid worden natuurlijke plaatsen kunstmatig nagebouwd. Denk aan grotten, rotspartijen en allerhande architecturale composities die natuurlijke en plantaardige elementen combineren tot een harmonieus geheel. 

Aanvankelijk worden hier natuurlijke bouwmaterialen voor gebruikt. Dat betekent dus het verslepen, plaatsen en stapelen van rotsblokken en het bevestigen van allerhande decoratief materiaal (schelpen, stammen en boomwortels, parels...). Dat is best een dure onderneming. Daarom werd gezocht naar alternatieve materialen. En dat brengt ons bij de cementrustiek.

De uitvinding van portlandcement (James Aspin, patent in 1826) is dé grote doorbraak. Dit product is in semi-vloeibare vorm eenvoudig aan te voeren, kan bij het uitdrogen vormgegeven en gesculpteerd worden en is na uitharding even hard als portlandsteen. Een gedroomd materiaal om imitatierotspartijen uit te maken. In België is Adoplhe Blaton de eerstie die een octrooi nam voor de productie van portlandcement. Zijn firma verwerft grote faam voor de constructie van kunstmatige grotten en rotsen en talloze gegoten stukken, meubels en beelden ter decoratie van tuinen en parken.

Voor constructies die meer steun nodig hebben (denk aan imitatiebomen en balustrades die in elkaar geweven takken voorstellen, maar ook aan holle rotspartijen en overspanningen van grotten) is het gebruik van ijzeren wapening dan weer een revolutie. Een metalen constructie van staven, I-, U-, T- en L-ijzers vormt de basis. Deze worden vervlochten met metaaldraad en vervolgens ingekapseld in cement. Dit heeft twee functies, enerzijds verstijft de cementlaag de constructie, anderzijds voorkomt de alkaliciteit (uitgedrukt in pH-waarde) van de cementlaag (al dan niet gemengd met kalk) gedurende een lange tijd de vorming van corrosie in de wapening.

Cementrustiek wordt af en toe vandaag nog gebouwd, maar dé succesperiode van cementrustiek loopt vanaf 1870 tot de Tweede Wereldoorlog.

Dit type erfgoed is onderbelicht in Vlaanderen. Door vandalisme, boom- en plantengroei, erosie van de cementmortel en corrosie van de metalen wapening binnenin zijn heel wat constructies vandaag in verval, al zijn er gelukkig ook een aantal succesvolle restauraties uitgevoerd. Zowel naar het onroerend als immaterieel erfgoed is bijkomend onderzoek nodig. 

(Foto: de voormalige Villa Janssens in Westmeerbeek)

Bibliografie

Wie weet iets?

Wie kan iets?

Projecten

Reactie toevoegen

In de kijker

Hij is er! De nieuwe onderzoeksbalans industrieel erfgoed! Een prachtig referentiewerk, zoals we zelf durven zeggen...

Nieuwsbrief