Dakpannen

Een dakpan dient voor de bedekking van een dak en is van gebakken klei of soms ook beton. Op het houten dak worden latten aangebracht om de pannen met een nok op te laten rusten. De pannen overlappen elkaar en zo wordt een water- en winddicht geheel gevormd. 

De oorsprong van de Europese dakpan ligt in het oude Griekenland. Door de snelle verstedelijking rond 700 v. Chr. onstonden er bouwmaterialen die minder brandbaar waren dan hout (want dichtere bebouwing betekende meer brandgevaar). Zo ontstond er de terracotta dakpan, en de Romeinen brachten die naar West-Europa, gebruik makend van de klei rond de rivieren. De Romeinse dakbedekking bestond uit onderpannen (tegula) en afdekpannen (imbrex, driehoekig of halfrond). Na de val van het West-Romeinse Rijk ging deze kennis echter vrijwel geheel verloren. Onze voorouders bouwden ze dus zoals altijd: met hout, stro en riet, want de Romeinen hadden hun kunde en kennis niet doorgegeven.

In de Middeleeuwen ontstond een systeem van onder-en overpannen: de holle pannen ('nonnen') werden naast elkaar gelegd met over de naden een bolle pan ('monniken'). Ook de daktegel of de leipan is in deze periode ontstaan. Het is een eenovudige platte en dunne tegel. We zien ook overslagpannen, waar het opgebogen gedeelte van de ene pan over de naastliggende pan valt; quackpannen, een combinatie van holle en bolle pannen; golfpannen in de vorm van een -s-.

De werkwijze: eerst bewerkt men de kleiaarde waarmee men een dakpan zal maken in een soort molen. Als de klei uit de molen komt wordt ze in de pannenloods gelegd, waar ze wordt gekneed. De klei wordt uitgespreid in plakken van de gewenste dikte. De vormer drukt de plakken klei tegen een houten raam aan, de overtollige delen worden afgesneden en het geheel wordt plat gestreken. Daarna wordt het in een andere mal gedaan en wordt de gewenste vorm gemaakt met uitsparingen en opvullingen. De dakpannen worden gedroogd, eerst in de schaduw en daarna in de zon tot ze klaar zijn voor de oven. Om een andere kleur dan de normale roodbakken pannen te verkrijgen, kan men de pannen nog eens smoren of doorroken, of glazuren.

Rond het midden van de 19e eeuw komt het machinaal vormen van de pannen op, waardoor het mogelijk werd om beter sluitende modellen te maken, met verschillende types sluitpannen.

 

 

 

Bibliografie

Wie weet iets?

Paul De Niel - Expert
Filip Decock - Expert

Wie heeft iets?

Reactie toevoegen

In de kijker

Op donderdag 24 januari 2019 organiseren we in samenwerking met diverse partners in het Brandweermuseum in Aalst een ontmoetingsdag rond het brandweererfgoed in Vlaanderen. Meer informatie volgt nog, maar noteer alvast de datum in de agenda!

Nieuwsbrief