Dendermonde

In de 19de eeuw kende de stad Dendermonde een intense periode van industrialisering. Er onstond een belangrijke productie van olie, papier, touwen en kabels, leder, katoen en tule... Deelgemeente Baasrode groeide uit tot een belangrijk centrum van de scheepsbouwnijverheid.

Dendermonde was tijdens de middeleeuwen een bloeiende lakenstad. In de 16de eeuw kenden enkele nieuwe nijverheden, zoals de fusteinweverij en de zijdenijverheid, enig succes. In 1787 werd een eerste katoendrukkerij opgericht, en in de eerste helft van de 19de eeuw was Dendermonde een belangrijk centrum van de kannijverheid. De Dendermondse textielfabrikanten, onder meer J. Philips-Glazer en De Block,  specialiseerden zich sinds het midden van de 19de eeuw in de productie van katoenen dekens, die werden uitgevoerd naar onder meer Amerika en Afrika. In de 20ste eeuw vestigden een aantal textielfabrieken zich ook buiten de stadsmuren van Dendermonde: Roos, Geerinckx en de Naeyer in Grembergen, de N.V. Union van Clément en Robert Ramlot in de Boonwijk, de garen- en lintenfabriek Flandria en de linnen- en tapijtweverij C. Marchant & C. Stichelmans in Sint-Gillis. De meeste textielfabrieken sloten de  deuren in de jaren 1960-1970.

Al vanaf de 18de eeuw speelde de papierproductie een belangrijke rol in Dendermonde. In een getijdenmolen op de Dender werd in 1773 door J. Struckx een papiermolen uitgebaat. Deze papiermanufactuur groeide nog voor 1800 uit tot het grootste industriële bedrijf van het arrondissement, maar rond 1850 moest de fabriek de deuren sluiten. De papierproductie werd pas in het begin van de 20ste eeuw hernomen in Oudegem en Sint-Gillis-bij-Dendermonde, met respectievelijk de bedrijven 'Verenigde Papier- en Kartonfabrieken (VPK)' en de 'Cartonnerie de l'Escaut'.

Dendermonde zou zich in de tweede helft van de 19de eeuw opwerken tot het centrum van de touwnijverheid. Het belangrijkste bedrijf was de S.A. Vertongen-Goens, waar men in 1872 de eerste stoommachine installeerde. Het bedrijf zou zich als eerste in ons land specialiseren in de productie van zware extractiekabels voor de mijnbouw uit natuurlijke vezels (Indische hennep). Vanaf de jaren 1880 werden ook staaldraadkabels geproduceerd.

Een van de steunpilaren van de industrie in Dendermonde in de 19de eeuw was de olieslagerij. In de jaren 1840 kende het arrondissement Dendermonde een tachtigtal vrij modern ingerichte olieslagerijen. Het belangrijkste bedrijf was dat van Jan-Ezechiel De Bruyn, in 1836 gesticht in Sint-Gillis en in 1857 overgebracht naar Dendermonde. Er werden kokosnoten en oliehoudende zaden tot olie geperst en verwerkt tot onder meer margarine. De zonen van De Bruyn stichtten in 1893 in Baasrode de 'Usine Saint-Antoine', ook gekend als de 'Raffineries du Congo Belge'. Door overnames en fusies groeide dit bedrijf uit tot een belangrijke speler. In de jaren 1950 werd in Baasrode 70 procent van de Belgische margarine geproduceerd. Olie werd ook verwerkt tot zeep. Zo was er in Appels de zeepziederij Westelinck, opgericht in 1857.

De metaalbewerking op industriëel schaal deed in Dendermonde pas haar intrede in 1849, toen de Fransman Louis Baillon er een smidse oprichtte, die uitgroeide tot een bedrijf met een goede faam als producent van stoommachines en andere industriële installaties. Het bedrijf werd in 1914 echter volledig verwoest. In een van de ateliers van Baillon startte in 1922 het succesvolle bedrijf 'Ventilation Industrielle H. Schepens', dat onder meer luchtstuwers en zuigers voor spoorwegrijtuigen produceerde. Ook in deelgemeente Baasrode zijn er steeds grofsmederijen geweest die metaal verwerkten voor de plaatselijke scheepswerven, met als belangrijkste speler het bedrijf 'P. Vermeylen & Fils', vanaf 1901 omgevormd tot 'S.A. Atelliers de Construction de Baesrode'.

Eeuwenlang was Dendermonde een centrum van lederbewerking. Men werkte echter lange tijd verder op een vrij ambachtelijke manier, met een beperkte productie tot gevolg. De belangrijkste lederhandel in de 20ste eeuw was die van Achiel Windey en Maria De Block, die over een eigen leerlooierij en lijmfabriek beschikte. Dendermonde telde verschillende schoenfabrieken. De sluiting van de grootste schoenfabriek in 1973 betekende echter het einde van deze industrietak in de stad.

Baasrode, gelegen in een bocht van de Schelde, speelde al sinds de middeleeeuwen een belangrijke rol in de scheepvaart. Het dorp zou een centrum van scheepsbouw blijven tot diep in de 20ste eeuw. Na 1950 kwam er echter geleidelijk verval. Meerdere werven sloten de deuren of schakelden over op andere bedrijvigheden, zoals het maken van kabels. Als laatste ging de werf Van Praet dicht in 1988. Op de site is nu het scheepvaartmuseum gevestigd. De site bewaart nog een belangrijk deel van het historisch waardevolle machinepark.

Bibliografie

Wie weet iets?

André Delcart - Onderzoeker

Wie heeft iets?

Wie kan iets?

Reactie toevoegen

Nieuwsbrief