Gent

Dankzij de industriële revolutie groeide Gent in de 19de en 20ste eeuw uit tot één van de belangrijkste industriesteden van Vlaanderen. De heropleving van de stad begon in het midden van de 18de eeuw met de vestiging van enkele nieuwe nijverheden en nieuwe ontwikkelingen, zoals de katoendrukkerij. Het uitgraven van de Coupure in 1751-1753, die de Brugse Vaart met de Leie verbond, maakte een snellere doorstroom van goederen mogelijk. In 1823 werd het kanaal Gent-Terneuzen gegraven om een vlottere verbinding met de Schelde te verkrijgen.

Een belangrijke figuur voor de ontwikkeling van Gent was Lieven Bauwens, die erin slaagde om onderdelen van de Mule Jenny uit Engeland te smokkelen. Hij bracht ook mensen mee die de machines in elkaar konden zetten en bedienen. In 1800 begon Bauwens een mechanische katoenspinnerij in het Genstse Kartuizerklooster en hij verkocht zijn machines ook aan andere Gentse industriëlen. Zo kwam de industrialisatie van Gent op gang. De nieuwe fabrieken brachten heel wat werkgelegenheid met zich mee. Alleen al in de spinnerij van Bauwens werkten meer dan 3000 arbeiders. De stad trok steeds meer werkkrachten van het platteland aan, wat al snel leidde tot huisvestingsproblemen en het onstaan van beluiken. Aanvankelijk waren er ook nog geen 'purpose-built' fabrieksgebouwen. De machines vereisten grote open zalen met goede lichtinval, vandaar dat de eerste fabrieken in grote kloosterzalen en zelfs enkele kerken werden ondergebracht. In 1807 werd bijvoorbeeld zelfs het Gravensteen omgevormd tot textielfabriek.

De industrialisatie van Gent ging in sneltempo verder. Schouwen verrezen daar waar stoommachines ingeplant werden om de machines aan te drijven.  Gent werd het 'Manchester' van het vasteland met grote textielfabrieken zoals de Filature du Royghem, La Louisiane, Texas, Galveston, La Lys, La Nouvelle Orléans, de Verenigde Spinnerijen en Weverijen,  Cotonnière des Flandres, Union Cottonière (de latere UCO) ... In Gent werd vooral katoen, maar ook wat vlas, gesponnen en geweven. Vooral tijdens de 19de eeuw en de eerste helft van de 20ste eeuw deed de textielindustrie het goed. Wegens plaatsgebrek, verouderde gebouwen en slechtere bereikbaarheid verdwenen de textielfabrieken doorheen de 20ste eeuw geleidelijk uit het stadscentrum. Vanaf rond 1950 gaat de textielindustrie in sneltempo achteruit. Vandaag zijn nog enkele textielproducten actief in Gent, een schim van wat er eens was.

Ook andere nijverheden werden aangetrokken tot de groeiende stad. Zo onstond in 1821 de staalproducent en werktuigbouwer Le Phoenix. De fabriek sloot na de Tweede Wereldoorlog. Vandaag blijft er enkel nog een stukje muur langs de Oude Leiekaai over, maar de Phoenixbrug en Phoenixstraat verwijzen er nog duidelijk naar. In 1839 werd het constructieatelier Carels gesticht, producent van stoommachines en later dieselmotoren. In 1880 werd hier de eerste compound-stoommachine van België gebouwd. Enkele weken nadat Rudolf Diesel zijn uitvinding had gapatenteerd, verkreeg het constructieatelier Carels in 1894 als eerste ter wereld een licentie voor de bouw van dieselmotoren. De werkhuizen van Carels werden later onderdeel van ACEC (stopgezet in 1986). Sinds 2006 is er op de Dok-Noord fabriekssite een grootschalig reconversieproject aan de gang. 

Een groeiende stad heeft ook energie nodig. In 1823 richte stadsarchitect Louis Roelandt de eerste gasfabriek op aan de Kleine Huidevettershoek. Deze was actief tot 1881. In 1834 werd de gasfabriek Etablissements du gaz gebouwd aan de Oude Dokken (Dok Noord) om gas te produceren voor de stadsverlichting. In 1862 verhuisden de ateliers van Carels naar deze site. In 1865 werd een nieuwe gasfabriek gebouwd langs de Verbindingsvaart (Gasmeterlaan), later werd de productie verder buiten de stad verplaatst. De twee overgebleven gashouders zijn sinds 1995 beschermd en maken nu deel uit van het herbestemmingsproject Tondelier. Vlak voor WO I werd de elektriciteitscentrale van Langerbrugge opgericht. Tussen 1924 en 1926 werd een krachtige elektrische kolencentrale gebouwd aan de Ham.

In 1837 werd het station Gent-Zuid geopend, waarmee Gent verbonden werd met Mechelen en Brussel-Oostende. Treinen en goederenwagons reden zo de stad binnen tot waar nu de openbare bibliotheek en het administratief centrum van de stad Gent staan. Vlakbij het station lag ook de zoo van Gent, waarvan nog een deeltje bestaat als 'Muinkpark'. Het station Gent-Zuid sloot in 1928 definitief. Daar waar ooit de vele rails en perrons lagen werd het Albertpark (met later de oprit van/naar de A17) aangelegd.

Het Sint-Pietersstation werd o.a. gebouwd om de vele bezoekers aan de Wereldtentoonsteling van 1913 te ontvangen. Met de organisatie van een wereldtentoonstelling kon de stad Gent (met zijn vele fabrieken) zichzelf in de kijker. Gustave Carels was één van de belangrijkste initiatiefnemers om een Gentse wereldexpo van de grond te krijgen en tastte hiervoor ook diep in eigen buidel. Impressies van de wereldtentoonstelling zijn te vinden in de beeldbanken van Gent 1913 virtueel en Gent Expo 1913. Een grote aandachtstrekker was bijvoorbeeld het lichtpaleis en de feeërieke verlichting van de grote lanen en belangrijkste gebouwen (elektriciteit en elektrische verlichting, zeker op die schaal, was toen nog een grote innovatie) alsook de Hal der Machines, Floraliënpaleis en het paleis van Mode en Textiel.

Ander indrukwekkend industrieel erfgoed beteft het havenerfgoed. Het visuele en tastbare bewijs van de functie, werking en evolutie van een haven zijn echter de fameuze havenkranen. Ze vertellen het verhaal van technische en stedenbouwkundige evoluties, van economische groei, van dokwerkers en schippers en van de groeiende bewustwording van ons industrieel verleden. Het Handelsdok werd in 1829 aangelegd, nieuwe haveninfrastructuren ontstonden in het noorden van de stad. Vanaf de Industriële Revolutie ontwikkelde de kraantechnologie zich heel snel. Houten kranen werden vervangen door ijzeren exemplaren en de handbediening werd vervangen door stoom-, waterpers- en uiteindelijk elektrische kranen. Door al die technische en technologische verbeteringen werd de randinfrastructuur ook aangepast: kades, kraanreails, voedingskanalen... 

Bibliografie

Wie weet iets?

Wie heeft iets?

Universiteit Gent - Onderwijsinstelling
Liberaal Archief / Liberas - Archief, Documentatiecentrum
Stukwerkers NV - Bedrijf

Wie kan iets?

ETG vzw - Organisatie
Gentse Kantacademie - Organisatie

Reactie toevoegen

In de kijker

In het kader van het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed organiseren we in samenwerking met de Nederlandse Stichting Bedrijfsgeschiedenis op vrijdag 16 november een studiedag over bedrijfserfgoed.

Nieuwsbrief