Houtskool

Houtskool wordt bekomen als hout wordt verhit zodanig dat slechts een beperkte hoeveelheid zuurstof kan toetreden. Het grootste deel van het hout verbrandt zo niet en de vluchtige bestanddelen verdampen. Houtskool is dus de verkoling van hout en is nagenoeg zuiver koolstof. Chemisch gezien komt het dicht bij steenkool of cokes.

Houtskool is droog en brandt beter dan gewoon hout. Het werd vaak gebruikt als brandstof (o.a. voor de barbecue) of om mee te tekenen. Tot rond de Eerste Wereldoorlog was het ook een belangrijk bestanddeel van buskruit, nadien werd voornamelijk ‘rookloos’ kruit gebruikt. Fijngemalen houtskool kan gebruikt worden als adsorptiemiddel of om te ontgeuren en ontkleuren (‘actieve kool’).

Houtskool werd traditioneel bereid in een meiler, die vaak ter plekke in het bos opgebouwd werden uit boomstammen en afgedekt met plaggen, dit zijn de bovenste grondlagen met begroeiing. Die grote stapel met blokken hout en lucht- en rookgaten werd dan in brand gestoken voor enkele weken waarna er houtskool overbleef. In de jaren 1960 ging men over naar stalen retortenovens, met meer rendement. Deze laatste werden ook in gasfabrieken gebruikt voor destillatie van steenkoolgas en bij de productie van cokes.

Bibliografie

Reactie toevoegen

In de kijker

Minister Sven Gatz lanceerde voor de tweede keer het beurssysteem dat kennisoverdracht tussen een 'meeste

Op zaterdag 23 maart organiseren we in het Mijnmuseum in Beringen onze 7e ETWIE-ontmoetingsdag. Het programma staat online en inschrijven is vanaf nu mogelijk!

Nieuwsbrief