Huldenberg

D. Naeyaert. Fabriek Tudor rond 1925 in Florival - Musée Tudor te Rosport in het Groot-Hertogdom Luxemburg [link: http://musee-tudor.lu]Afbeelding: D. Naeyaert. Fabriek Tudor rond 1925 in Florival - Musée Tudor te Rosport in het Groot-Hertogdom Luxemburg

Huldenberg (met deelgemeentes Loonbeek, Neerijse, Ottenburg en Sint-Agatha-Rode) was en is een overwegend agrarische gemeente. Destijds werden hier naast andere teelten bij voorbeeld suikerbieten die hun weg vonden naar de suikerfabrieken van Wavre en Tienen, witloof in een uitloper van de witloofstreek en erwten geteeld deze laatsten werden ingeblikt door het conservenbedrijf Marie Thumas te Leuven.

Op de IJse, een zijrivier van de Dijle, bevinden zich meerdere watermolens. In Huldenberg de onderslag watermolen ‘Molenhof’, in Loonbeek een turbine watermolen en in Neerijse was er minstens nog een onderslag watermolen ‘Kasteelmolen’. In Sint-Agatha-Rode lag een waterzavelmolen langs de Laan waar kiezels verpulverd werden. 

Op het gemeente- en taalgrensoverschrijdend gehucht Florival lag de 'Moulin de Florival' ofte 'Molen van Florival' aan de oever van de Dijle. Daarnaast is er in Ottenburg de straatnaam 'Oliestraat', die zou verwijzen naar een oliemolen (mogelijks een rosmolen) die er ooit gestaan zou hebben. In Huldenberg was er ten slotte nog een watermolen die men destijds als papiermolen gebruikte. 

Niet voor niets ligt de gemeente in de Druivenstreek (Hoeilaart – Overijse – Huldenberg). De tuinman Felix Sohie leverde in deze regio de eerste druiven onder glas, gekweekt in de druivenserre in de tuinen van het kasteel van Huldenberg. In de druivenserres van Huldenberg durfde men ook extra teelten zoals spinazie en tomaten aan terwijl men elders ze zuiver voor druiventeelt gebruikte. Waterkers in Neerijse en Loonbeek is ook een typisch streekproduct. 

De dorpen hadden vrijwel allemaal een kam(me) of brouwerij. In Huldenberg was er de brouwerij St-Rochus van Remi La Haye op wat nu het Gemeenteplein heet. Op dat plein ('de Plaatse') was volgens het Denombrement van 1530 reeds een ‘camme’ aanwezig. Op het einde van de 19e eeuw was de brouwer weduwe J.-B. Huyberechts actief. In Neerijse waren er de brouwerij De Kroon van E. Decoster-Depré, de brouwerij-mouterij Sint-Pieter (voorheen Gebroeders Bruffaerts met een geschiedenis die teruggaat tot in de 18e eeuw) en die van de gebroeders Vanderborght (in de 19e eeuw). Momenteel is brouwerij ‘De Kroon’ terug actief in Neerijse, waar je onder andere een rondleiding kan volgen in de oude brouwerij. In Ottenburg was er ooit een brouwerij aan de Leuvensebaan. Rond 1798 was er ook eentje in Sint-Agatha-Rode. 

Inwoners van de gemeente hadden vaak werk in de industrie buiten de gemeente. Bijvoorbeeld de papierfabriek in Gastuche maar net zo goed in de steenkoolmijnen in Wallonië. Gelegen tussen Brussel en Leuven ontsnapte ook Huldenberg niet aan de industrialisatie, al was de regionale ontsluiting via de Dijle niet optimaal. Er was en zekere bevaarbaarheid van Werchter tot Sint-Agatha-Rode en verschillende projecten tot uitdieping, heraanleg en kanalisering voorgesteld vanuit de stad Leuven en privépersonen om het hinterland van Leuven te vergroten richting Charleroi maar het bleef vooral bij dromen. Het tramstations en de tramlijn in Loonbeek en Neerijse gaven belangrijke transportmogelijkheden. Deze tram had als bijnaam 'Zwette Jean'. In de 19e eeuw werden belangrijke wegen bestraat.

Vlakbij het treinstation van het gehucht Florival was aanvankelijk een mechanische vlas- en poetskatoenspinnerij. In 'Nijver België. Het industrieel landschap omstreeks 1850' staan twee lithografieën met een zicht op de fabriek vanuit het oosten en westen. Later werd dit de batterijfabriek Tudor.

 In de buurt van deze fabriek had de Union Allumettière in 1939 zo’n 7,65 ha populierenbos en nog eens 12,29 ha in Neerijse. Populieren zijn bijzonder geschikt voor de productie van lucifers en kunnen 25 jaar na aanplanting al gerooid worden. Eind jaren 1970 werden de gronden verkocht. In Neerijse was ook een grote houtzagerij. In Neerijse was daarnaast een leerlooierij, een limonadefabriek en de melkerij Emmerechts ('Nerilac'). Tot ongeveer 1950 was er ook een ijzerzandsteengroeve te Ottenburg. De ijzerzandsteenlagen bevonden zich in de formatie van Brussel (Brusseliaan) net zoals de zandgroeves te Neerijse ('zanden van Neerijse' = 'kalk- en glauconiethoudend zand') en Sint-Agatha-Rode (ijzerzandsteenlagen zichtbaar). De Ottenburgse ijzerzandsteen is bijvoorbeeld in Ottenburg in kerk- en huismuren terug te vinden. Rond de Laan werd er in onze gemeente ook turf gestoken. 

Naast de zeven Huldenbergse bakovens die men kan terugvinden in de inventaris van Red de bakovens van het MOT (in Grimbergen) maakten velen destijds hun eigen kareelovens om als ze een eigen huis bouwden hun bakstenen te kunnen aanmaken. Dit deed in 1889 de familie Vlasselaer te Huldenberg. Deze familie bleef echter daarna op dezelfde plaats en daarna in de Zavelstraat ook stenen bakken voor anderen. In 1950 schaften ze zich een vlamoven aan en zo konden er tot begin jaren 1970 op semi-industriële wijze bakstenen aangemaakt worden. Een stille getuige in het huidige landschap: het gebouw met zijn monumentale fabrieksschouw. 

Een architect uit Huldenberg redde samen met anderen de koloniale (handels)stad Paraty in Brazilië door een UNESCO-rapport te schrijven. Van sommigen kan men via recente octrooiaanvragen merken dat ze in onze gemeente woonden/wonen. De gemeente leverde niet enkel een rector (Roger Dillemans) aan de universiteit in Leuven (KUL nu KU Leuven) maar ook heel wat wetenschappers/onderzoekers of anderen actief aan universiteiten, hogescholen, wetenschappelijke of technische/technologische instituten/instellingen in binnen- en buitenland. Lokaal moet in dit opzicht het toenmalige ziekenhuis van Neerijse en zijn (internationaal) wetenschappelijk team (Dr. Delchef en zoon & collegae) zeker vermeld worden.

Bibliografie

Wie weet iets?

Wie heeft iets?

Reactie toevoegen

In de kijker

We smeden al volop plannen voor volgend jaar. Noteer alvast plaats en datum voor onze 8e ontmoetingsdag in jullie agenda: het nieuwe Gents Universiteits Museum, 9 mei 2020!

Nieuwsbrief