Jute

Jute is een plantaardige bastvezel die tot ruwe maar sterke draden gesponnen kan worden. Het is samengesteld uit enerzijds cellulose en anderzijds lignine, en is een van de goedkoopste natuurlijke vezels. De jutevezels komen van planten die vooral in India, Bangladesh en China voorkomen en worden vier maanden na het zaaien geoogst. Rond 1838 werd in Dundee, Schotland ontdekt hoe men machinaal jute kon spinnen en daardoor nam het gebruik en de toepassingen snel toe. Voordien werd er huiselijk jute gesponnen, maar dit was heel zwaar en traag werk.

Toepassingen van jute komen we regelmatig tegen in het dagelijks leven: matten om bodemerosie te verhinderen, jute zakken en ruw doek, soms ook tapijten en stoelbekledingen. Het is een van de goedkoopste en meest gebruikte natuurlijke vezels. Een groot voordeel van jute is dat het biologisch afbreekbaar is. Daar waar dus soms synthetisch materiaal gebruikt kan worden, kan men opteren voor jute als het biologisch afbreekbaar moet zijn. In de 20e eeuw realiseerden textieldeskundigen zich dat jute meer potentieel had dan enkel de jute zakken. Tegenwoordig wordt jute ook in kleding verwerkt, zelfs in de high fashion. Er zijn manieren ontwikkeld om jute zachter te doen aanvoelen waardoor het fijner is dit te dragen en bovendien goedkoper dan broertje linnen.

Rond jutenijverheid in Vlaanderen werd nog maar zeer beperkt onderzoek verricht. In de 19e eeuw waren in Vlaanderen enkele juteweverijen actief, zoals in Roeselare (juteweverij Veranneman-Brutsaert), Lendelede (juteweverij en -spinnerij Neirynck-Holvoet ), Temse, Aalst en Sint-Amandsberg. Zele gold als het epicentrum van de juteverwerking. Enkele grote jutefabrieken zorgden er voor heel wat lokale tewerkstelling. In 1974 verscheen naar aanleiding van de Jute-expo in het Heemmuseum Zeels Erfgoed een brochure met een beknopte historiek van de Zeelse jutebedrijven. Eén van de grootste jutefabrieken was La Zéloise (opgericht in 1868), dat in 2017 failliet ging. De hallen staan sindsdien leeg.

Ook in Gent waren er jutespinnerijen en –weverijen. Zo kregen de gebouwen van Filature du Rabot (1899-1999) onlangs een nieuwe bestemming als woonentiteit. De 36 meter hoge schouw mét kroon, het oude ketelhuis uit 1910 en een stukje art-nouveaugevel heeft men wel behouden. Aandacht voor immaterieel erfgoed is er ook, getuige daarvan de tentoonstelling rond De Groote Lys, textielfabriek op het terrein van het Groenevalleipark. De voormalige vlas- en jutespinnerij ruimde plaats voor een wijk, maar een werkgroep interviewde oud-werknemers van het bedrijf en registreerde hun getuigenissen voor het nageslacht.

Foto: Personeel aan het werk in Goossens confectie. Collectie Heem- en Oudheidkundige Kring Zele

Bibliografie

Wie heeft iets?

Reactie toevoegen

In de kijker

We smeden al volop plannen voor volgend jaar. Noteer alvast plaats en datum voor onze 8e ontmoetingsdag in jullie agenda: het nieuwe Gents Universiteits Museum, 9 mei 2020!

Nieuwsbrief