Kaarsen

Kaarsen zijn staafjes van een vaste vetachtige stof (bijenwas, stearine) met door het midden een katoenen koord (pit, lont). Als men de lont aansteekt, smelt het vet weg en wordt het in het koord gezogen. In de hogere delen wordt het vet door verdamping gasvormig en verbrandt het door uitstralen van licht en warmte.

Kaarsen worden al van oudsher gebruikt als verlichting. Tot de 19e eeuw werden kaarsen vooral gemaakt door kleinschalige ambachtslui in eenmansbedrijfjes, enkele decennia later kende de fabricage een grote ontwikkeling, voornamelijk door de ontdekking van stearine. Dit mengsel van twee zuren ontstond door het uitpersen van verzeepte dierlijke vetten. De kaars brandde met stearine met een heldere vlam, werd niet slap als hij warm werd en was geschikt om machinaal in vormen te gieten. Dit leidde dus tot mechanisatie in de industrie.

Ongeveer tegelijkertijd in de 19e eeuw werd de getwijnde pit vervangen door een gevlochten katoenen pit. Enige tijd later werd door de raffinage van aardolie een witte stof afgescheiden: paraffine. Paraffine geeft een hogere lichtintensiteit maar wordt wel iets zachter. Door de uitvinding van de elektrische lamp midden 19e eeuw blijft de kaars vandaag de dag voornamelijk over voor het gezellige licht en de rustgevende werking.

Hoe worden kaarsen gemaakt? De oudste methode is dompelen (of tonken): de lont wordt in gesmolten was of vet gedompeld en omhoog getrokken. Na het stollen wordt dit proces eindeloos herhaald tot de kaars de gewenste dikte heeft. In de 15e eeuw gebruikte men houten gietvormen, daarna van tin of ijzer.

Vandaag worden de meeste kaarsen machinaal gegoten in metalen vormen. Stearine (een vet) of een mengeling van stearine en paraffine (aardolieproduct) wordt in gietvormen gegoten. De pitten worden gecentreerd gespannen in een klemraam. Die vormen worden gekoeld met eerst warm water, daarna koud water. Als het vet voldoende gestold zijn worden de kaarsen eruit getrokken (optrekmachines) of geduwd (opdrukmachines). De pitten worden afgesneden en het is tijd voor een volgende ronde. Hierna kan een kleuring gebeuren door de kaarsen onder te dompelen in een kleurbad. In 1964 werd er een volcontinu proces ontwikkeld met de gietkaarsenrondloper.

Met de ontwikkeling van paraffine in poedervorm kon men vanaf dan kaarsen persen in plaats van gieten. 

In Vlaanderen bestaat het bedrijf Spaas (Hamont, Limburg) reeds sinds 1853. De vijfde generatie Spaas staat er ondertussen aan het roer. Sente & Van Bael (Sint-Pieters-Rode) maakt vooral liturgische kaarsen en is reeds actief sinds 1893. 

Bibliografie

Wie heeft iets?

Spaas - Bedrijf

Wie kan iets?

Reactie toevoegen

In de kijker

Hij is er! De nieuwe onderzoeksbalans industrieel erfgoed! Een prachtig referentiewerk, zoals we zelf durven zeggen...

Nieuwsbrief