Lede

De gemeente Lede kende tot de 19de eeuw vooral veel landbouw en ambachtelijke thuisnijverheid. Rond 1855 werd de spoorlijn Brussel-Aalst-Gent aangelegd. In Lede werd een stationsgebouw opgetrokken, naar een ontwerp van architect J.P. Cluysenaar. Intussen werd ook de kanalisatie van de Dender op punt gesteld, waardoor Aalst, Ninove en Geraardsbergen beter bereikbaar werden.

De gemeente Lede was, zelfs tot buiten de landsgrenzen, bekend voor zijn hemdennijverheid. De hemden werden zowel door thuiswerksters als in ateliers vervaardigd. De oudste hemdenfabriek in Lede, opgericht door de uit Ronse afkomstige Franciscus Verschelden, dateert uit 1875. De meeste bedrijfjes werden in de loop van de 20ste eeuw opgericht. Lede was ook gekend voor zijn kleermakers. In 1922 had de Leedse kleermakersbond liefst 42 leden. Na de Tweede Wereldoorlog zagen nog veel confectieataliers het licht. In de jaren 1960 werd de concurrentie te groot voor de Leedse confectiebedrijven en andere textielondernemingen. De meeste sloten dan ook hun deuren.

Opmerkelijk is de geschiedenis van de firma La Lédoise, die de eerste 'constateur' breveteerde en exploiteerde. Het bedrijf werd opgericht in 1898 en in 1900 werd de eerste (ronde ijzeren) constateur op de markt gebracht. De bewaarde fabriek werd in 1999 beschermd als monument.

In Lede en zijn deelgemeenten bleven ook verschillende watermolens en een windmolen - de Fauconniersmolen in Oordegem - bewaard.

Bibliografie

Wie heeft iets?

Reactie toevoegen

In de kijker

Hij is er! De nieuwe onderzoeksbalans industrieel erfgoed! Een prachtig referentiewerk, zoals we zelf durven zeggen...

Nieuwsbrief