Leuven

Leuven was al sinds de middeleeuwen een bloeiend handelscentrum, onder meer door de lakenhandel. Ook de stichting van de Leuvense universiteit in 1425 was uiteraard bepalend voor de ontwikkeling van de stad. De ambachtelijke activiteit concentreerde zich toen in enkele wijken, zoals de brouwerijen rond de huidige Brusselsestraat. De nabijheid van water speelt daarin een belangrijke rol.

In de 18de eeuw zorgde de aanleg van steenwegen en van de Vaart voor een versterking van de Leuvense economie. De havenactiviteit verplaatste zich van de Vismarkt naar de Vaartkom. Vanaf ongeveer 1840 begon ook de aanleg van spoorwegen vanuit Leuven naar de rest van Belgie. In 1879 werd het huidige station gebouwd en rond dezelfde tijd werk de spoorweg naar Charleroi aangelegd. In Kessel-Lo kwamen de ‘centrale werkhuizen’ van de spoorweg.

De stad bloeide en de industrie groeide; in 1850 waren er al 175 stoommachines in gebruik in de stad. De populatie groeide door de mogelijkheden die Leuven bood. Voor de nieuwelingen werden er zogenaamde 'gangen' aangelegd, smalle steegjes met goedkope, armoedige huisjes. Om de toestand te verbeteren en ziektes te vermijden werden later de Dijle en de Voer overwelfd en er werden waterleidingen aangelegd om de vaak vervuilde pompen te vervangen. 

Brouwerij Artois, waarvan de geschiedenis teruggaat tot de 14de eeuw, vestigde zich in de jaren 1920 aan de Leuvense Vaartkom. In 1926 werd in het nieuwe brouwerijcomplex de eerste Stella Artois-pils gebrouwen. Door overnames van brouwerijen in binnen- en buitenland zou de brouwerij uitgroeien tot de grootste bierbrouwer ter wereld, tegenwoordig als AB InBev.

Een aantal gebouwen getuigt nog van de industriële activiteit in Leuven in de eerste helft van de 20ste eeuw. Sommige complexen kregen een interessante herbestemming, zoald brouwerij De Hoorn en het douane-entrepot (nu OPEK). Andere gebouwen, zoals de Molens van Orshoven, krijgen in de nabije toekomst een nieuwe bestemming en rol.

Deelgemeente Wijgmaal dankt zijn ontwikkeling aan de 19de-eeuwse bedrijfsleider Edouard Remy en zijn zetmeelfabriek. Een landmark op de Remysite is de silotoren in gewapend beton uit 1920, maar in het dorp zijn ook veel sporen van woon- en andere voorzieningen die het bedrijf aanlegde.

 

Bibliografie

Wie weet iets?

Wie heeft iets?

Reactie toevoegen

In de kijker

We smeden al volop plannen voor volgend jaar. Noteer alvast plaats en datum voor onze 8e ontmoetingsdag in jullie agenda: het nieuwe Gents Universiteits Museum, 9 mei 2020!

Nieuwsbrief