Lijm en gelatine

Al sinds de ontwikkeling van de eerste primitieve gereedschappen gebruikt de mens lijm. Zo maakten Neanderthalers bijvoorbeeld al lijm op basis van berkenbast. Vanaf ongeveer 5000 v.chr. werd teer gebruikt, een natuurlijk polymeer dat geproduceerd werd door hout te destilleren. Daarnaast waren er ook talrijke dierlijke lijmen gemaakt door het langdurig koken van huiden, hoeven en bindweefsel of zelfs vis (specifiek de graten, het vel en de zwemblazen). Dit werd gebruikt in de houtbewerking (vooral meubelmakerij, marquetterie ...) maar ook om bijvoorbeeld papyrusrollen te verstevigen of gebroken keramiek te herstellen. De Romeinen gebruikten als één van de eerste lijm in de constructie van gebouwen door kalk, vulkanische as en zand te mengen (een voorloper van cement). Ze ontwikkelden ook lijmen op basis van eiwit (o.a. voor geschilderde decoratie).

Pas in de 19de eeuw volgden nieuwe doorbraken in de lijmproductie. De eerste lijm op basis van rubber werd in 1830 gemaakt. Zo'n 10 jaar later ontdekt Charles Goodyear dat het toevoegen van zwavel aan deze rubberlijm een stabiel en zeer elastisch product werd: hij had het gevulcaniseerd rubber uitgevonden. Later volgde ook lijm op basis van melk en nitrocellulose (1910). Vanaf 1920 werden de eerste synthetische lijmen geproduceerd. Een laatste revolutie in de wereld van lijm was de ontwikkeling van superlijm op basis van cyanoacrylaat door Harry Coover die werkte bij Kodak. Oorspronkelijk wilde hij hiermee lenzen ontwikkelen, maar het goedje bleef aan alles plakken. Hij besefte al snel het potentieel ervan als lijm en ontwikkelde het verder. In 1958 verscheen de eerste superlijm van Kodak.

De lijmproductie is natuurlijk ook nauw verwant aan de productie van verf, lak, vernis, stopverf en gelatine (voor voeding, maar ook voor fotografie).

Vandaag is er werkelijk haast niets in onze omgeving te vinden waar geen vorm van lijm in verwerkt is. Van het meubilair waaraan je zit tot de computer waarop je werkt of de auto waarmee je rijdt, de kleren die je draagt of zelfs het vlees dat je eet ...

In Vlaanderen werd en wordt nog steeds op talrijke plaatsen lijm geproduceerd of verwerkt. Zelfs de Encyclopédie de Diderot et d'Alambert vermeldt in het overzicht van lijmen specifiek een 'colle de flandres' op basis van huiden en bindweefsel.

In Hasselt was er bijvoorbeeld de gekende "Manufacture Belge de Produits Chimiques Hertz & Wolff" dat zich specialiseerde in de productie van gelatine. Het zetmeel van Remy in Leuven werd bijvoorbeeld gebruikt als stijfsel het lijmen van katernen bij het boekbinden of als tegellijm.

 

Bibliografie

Reactie toevoegen

In de kijker

Op donderdag 24 januari 2019 organiseren we in samenwerking met diverse partners in het Brandweermuseum in Aalst een ontmoetingsdag rond het brandweererfgoed in Vlaanderen. Meer informatie volgt nog, maar noteer alvast de datum in de agenda!

Nieuwsbrief