Lokeren

Tussen 1750 en 1850 was Lokeren met verschillende ateliers een centrum voor het maken van dure vilten hoeden. Na het verdwijnen van de hoedenmakers rond 1850, gingen de haarsnijders en de vellenbewerkers autonoom werken. Lokeren was in de 20ste eeuw het wereldcentrum van de haarsnijderij, een industrie waarbij konijnen- en hazenhaar klaargemaakt werd voor de hoedenindustrie. Enkele belangrijke Lokerse haarsnijderen waren Hoedhaar, Epouse Jacobs en Passavant. In de 19de eeuw verschenen ook tientallen textielfabrieken in het centrum van Lokeren: oorspronkelijk katoendrukateliers en -weverijen, en vanaf 1900 vooral spinnerijen. Vanaf 1970 ging het steil bergaf met de oude Lokerse industrie: de textiel- en haarsnijderijfabrieken sloten één voor één de deuren.

De driehoek Daknam-Stekene-Sinaai vormde tot rond 1930 de belangrijkste vlasregio naast de Leiestreek. Door de vele wilgen in de natte meersen kon Eksaarde zich bovendien ontwikkelen tot een mandenmakerscentrum. De nijverheid van het mandenvlechten, vooral een zaak van familiebedrijven, zou na de Tweede Wereldoorlog zo goed als verdwijnen.

Het Stadsmuseum Lokeren toont nu een interessante opstelling rond onder meer de geschiedenis en de productieprocessen van de lokale haarsnijderij en hoedenmakerij. In 2006 werd ook de documentaire 'Lokeren, haarsnijderijstad' uitgebracht, geregisseerd door Kris De Beule.

Bibliografie

Wie weet iets?

Leen Heyvaert - Expert

Wie heeft iets?

Maria De Rooze - Collectie

Reactie toevoegen

In de kijker

We hebben beslist om de 8e ETWIE-ontmoetingsdag, die gepland stond op zaterdag 9 mei, te verschuiven naar een latere datum.

Nieuwsbrief