Ninove

In Ninove werd het leven tot ver in de 19de eeuw bepaald door de landbouw, maar vanaf de late middeleeuwen ontwikkelde de stad zich ook meer en meer tot een centrum van handel (o.m. graan) en nijverheid (o.m. laken en vlas). In de 19de eeuw zou de industriële activiteit in Ninove zich sterk ontwikkelen. Fabrieken vestigden zich voornamelijk langs de Dender, die in de tweede helft van de 19de eeuw gekanaliseerd werd. Vanaf 1857 kreeg Ninove ook aansluiting op het spoorwegennet. Van belang waren vooral de lucifer- en textielproductie. De lucifernijverheid stelde decennia lang een groot deel van de Ninoofse bevolking te werk. Bekende fabrikanten waren onder meer Violon en Cobbaert. Ook de textielsector zou vanaf het einde van de 19de eeuw een snelle opgang kennen. Belangrijke bedrijven waren wolgarenproducent Sofilaine en kunstzijdefabriek Fabelta. In de loop van de 20ste eeuw vonden veel inwoners van Ninove werk buiten de stad, eerst in de Waalse koolmijnen, later in Brussel. Maar ook in Ninove zelf bleef er de nodige industriële nijverheid.

Deelgemeente Appelterre was een echt 'tabaksdorp', met meer dan 15 fabriekjes. De meeste sporen van deze tabakscultuur zijn intussen verdwenen. In Okegem was de hopteelt bijzonder ingeburgerd. Het leverde de inwoners van het dorp de bijnaam "d’hoppewenners" op.

Bibliografie

Wie heeft iets?

Wie kan iets?

vzw Fonteintjesmolen - Organisatie

Reactie toevoegen

In de kijker

We hebben beslist om de 8e ETWIE-ontmoetingsdag, die gepland stond op zaterdag 9 mei, te verschuiven naar een latere datum.

Nieuwsbrief