Olieslaan

Olieslagmolens (of oliemolens) worden gebruikt voor het persen van olie uit oliehoudende zaden zoals raapzaad, koolzaad en lijnzaad.

Hoe? De eerste bewerking is het pletten of breken van het zaad met behulp van twee verticale stenen of lopers (2,5-5 ton). Die draaien rond op een platte steen. Dit werktuig wordt ook wel de kollergang genoemd. Het zaad waaruit men olie wil verkrijgen, wordt tot pulp geplet. Daarna wordt de pulp verwarmd op de vuurring. De derde stap bestaat eruit dat de verwarmde pulp in stampzakken wordt gedaan. Die stampzakken worden in enveloppen geplooid en in de slagbank gelegd. Het is dus tijd voor het persen en slaan van het zaad. Met de heibank en de wik wordt er druk gezet waardoor de olie er letterlijk uit wordt geslagen. De nokken van de windmolen tillen de heibanken en wikken op, zodat er hard kan worden geslagen. 

Tijdens de tweede persing wordt de pulp opnieuw geplet en wordt het opnieuw verwarmd. Daarna volgt opnieuw het slaan en het persen van de pulp in de stampzakken. De olie wordt onderaan de slagbank opgevangen. De resten worden gebruikt als oliekoeken voor veevoeders, of lijnolie wordt gebruikt in verven o.a. Ook andere oliën worden gebruikt.

Een oliemolen kan zowel een water- als een wind- als een rosmolen zijn. De ambachtsman/molenaar op een olieslagmolen wordt een olieslager genoemd.

De productie van olie vermindert door opkomst van andere producten zoals petroleum en levertraan.

Molenaar Benoît Delaere van de Oostmolen in Gistel toont in onderstaand filmpje hoe het proces van het persen van graan tot olie verloopt.

Bibliografie

Wie weet iets?

Wie heeft iets?

Wie kan iets?

Lilse Molenvrienden - Organisatie

In de kijker

We hebben beslist om de 8e ETWIE-ontmoetingsdag, die gepland stond op zaterdag 9 mei, te verschuiven naar een latere datum.

Nieuwsbrief