Oostende

De inwoners van Oostende haalden hun inkomsten sinds de middeleeuwen grotendeels uit de visserij. In de tweede helft van de 18de eeuw kende de visserij een bloei, intensifieerden de handelsactiviteiten door de toekenning van het statuut van vrijhaven, en nam de industrialisatie toe.

Door de ingebruikname van de spoorlijn Oostende-Brussel in 1838 en de bootverbinding Oostende-Dover in 1846 kende ook het badtoerisme in Oostende een sterke groei. De toeristische infrastructuur werd verder uitgebouwd tijdens de belle-époqueperiode, met onder meer de bouw van een nieuw station.

Uiteraard speelt het maritiem en isserijerfgoed in Oostende een belangrijke rol. Het museumschip Mercator, de ijslandvaarder O.129 Amandine, de Crangon, de Nele... zijn publiekstrekkers. en ook het Stadsmuseum Oostende toont verschillende aspecten van de visserij en de scheepvaart. Op de Oostendse oosteroever bevindt zich nog heel wat interessant onroerend erfgoed.

Een bibliografisch overzicht van werken over nijverheid en techniek in Oostende is te vinden op de website van het stadsarchief.

Door zijn ligging kende Oostende ook een woelige militaire geschiedenis, die onder meer in Raversyde wordt belicht.

Bibliografie

Wie weet iets?

Roger Arnoys - Expert

Wie heeft iets?

Wie kan iets?

Reactie toevoegen

Nieuwsbrief