Home / Grafische nijverheid, papier en karton / Papier en karton

Papier en karton

Papier is het resultaat van een verviltingsproces waarbij in water losgeweekte cellulosevezels via een zeef ontdaan worden van het overtollige water waardoor de vezels neerslaan en in elkaar verstrengen tot een vel papier. De cellulose kan uit verschillende plantaardige bronnen gehaald worden. Uiteraard uit houtpulp, maar evengoed bijvoorbeeld uit katoen of vlas. Geweven textiel werd en wordt ook vaak gerecycleerd door er papier van te maken. Hiervoor moesten de lompen gewassen en fijngemalen worden tot er weer enkel vezels overblijven. Vulstoffen, verlijmingen, coatings of andere additieven kunnen aan het papier worden toegevoegd om het specifieke eigenschappen of een kenmerkend uitzicht geven.

Als eerste papiermolen in Europa wordt de molen van Xàtiva bij Valencia uit 1050 vermeldt. In Italië werd 200 jaar later een papiermolen gesignaleerd. Her en der duiken er in de volgende eeuwen papiermolens op die zich verspreiden van Zuid- naar Noord-Europa. In België ontstond de eerste papiermolen in 1405 in het Waalse stadje Huy, gelegen aan de samenvloeiing van de rivieren de Maas, de Hoyoux en de Mehaigne.

De vroege papiermolens werden aangedreven met een waterrad. Vaak groeide een papiermolen uit een graanmolen, die het papiermaken aanvankelijk als nevenactiviteit begon en er nadien een hoofdactiviteit van maakte. Belangrijk voor de vestigingsplek was de vlotte toevoer van grote hoeveelheden lompen en stromend water om de lompen mee te wassen en de papiermolen aan te drijven. Vaak werden de lompen voor ze in de papiermolen terecht kwamen gesorteerd en grof versneden door vrouwen en kinderen. Een zeer ongezonde en slecht betalende arbeid. 

Door het ontstaan van verscheidene universiteiten in de 15e eeuw, werd de vraag naar relatief goedkoop en gemakkelijk te vervaardigen papier steeds groter. In de 16e eeuw kwam er een alternatief voor de papiermolen met houten stampers, namelijk de hollander. Het Nederlandse systeem bestond uit een kuip met een rol waar messen op gemonteerd zijn. Door de voortdurende aan- en afvoer van water en de messen die zich eveneens op de bodem van de kuip bevonden, ontstond er een knippende en wrijvende beweging die de lompen tot kleine stukjes verscheurde. In een doorlopende beweging wordt de papierpulp verder vervezeld tot de noodzakelijke witte brij. De uitvinding van de hollander liet toe het rottingsproces over te slaan waardoor papier van betere kwaliteit verkregen werd. Het papierscheppen gebeurde met behulp van een schepvorm, meestal een raam van gevlochten koperdraad. Een stapel van zo’n 125 vellen papier gescheiden door een vilt gaan vervolgens onder een pers om het overtollige water te verwijderen. Tot slot werden de vellen over touwen opgehangen op de droogzolders of droogschuren. 

De vraag naar papier neemt doorheen de eeuwen exponentieel toe tot men in de 17e eeuw te maken krijgen met een eerste crisis, namelijk het gebrek aan grondstoffen. Het tekort aan lompen zorgde ervoor dat er zelfs lompen geïmporteerd werden maar ook deze aanpak kon niet tegemoetkomen aan de continu stijgende vraag.  In 1798 vond de Fransman Louis-Nicolas Robert (1761-1828) de papiermachine uit die het einde betekende van de ambachtelijke papierproductie en de bedrijfsstructuur binnen de papiernijverheid volledig veranderde. In Engeland brengen de gebroeders Fourdrinier in 1815 verbeteringen aan de machine van Robert waardoor het mogelijk wordt papier op doorlopende rol of papier sans fin te creëren. Door de technische verbeteringen en de ermee gepaard gaande verhoging van het productieproces werd het tekort aan grondstoffen nog acuter.

Tijdens de zoektocht naar een alternatief voor lompen, kwam men terecht bij een ander materiaal dat in grote hoeveelheid beschikbaar en goedkoop was, namelijk stro. De fabricage van stropapier werd in 1828 mogelijk gemaakt door een Franse uitvinding. Pas nadat in 1854 een sodakook-procedé was ontwikkeld waarmee het stropapier steviger werd, werd deze methode op grote schaal toegepast. Later zal stro vooral van belang worden als voornaamste grondstof voor karton.

De verplichting om op zoek te gaan naar alternatieve grondstoffen zorgt ervoor dat de Duitser Friedrich Keller (1816-1895) een machine uitvindt in 1840 die pulp produceert op basis van hout. Roterende stenen maakten van ontschorste boomstammen houtslijp dat nadien vermengd werd met water. De papierbrij die hiermee gecreëerd werd, noemt men mechanische pulp. Ondanks de geringe interesse in de machine op dat moment, wist Keller toch de basis te leggen voor de moderne papierindustrie. Het grote nadeel van Keller’s uitvinding was het vergelen, bruin en bros worden van het papier na enige tijd waardoor het uiteindelijk uit elkaar viel. Aan het einde van de 19e eeuw probeerde men hier reeds aan tegemoet te komen met het sulfietprocedé (1867) en het sulfaatprocedé (1879). Deze procedés zorgen ervoor dat de stof die verantwoordelijk is voor het verval, namelijk lignine, grotendeels uit de pulp verwijderd werd voor de vervaardiging van het papier. Het eindproduct wordt chemische pulp genoemd. Halfweg de 20e eeuw werd overgeschakeld op houtchips waarmee thermomechanische houtpulp verkregen werd.

De laatste decennia wordt er meer en meer gebruik gemaakt van houtafval van zagerijen of van acties in het kader van bosbeheer. De huidige duurzaamheidsmentaliteit heeft ervoor gezorgd dat de laatste jaren steeds meer gebruik wordt gemaakt van oud papier en karton dat na ontinkten en zuiveren een geschikte grondstof vormt.

Papiererfgoed vandaag

 

Toonaangevend is nog steeds het onderzoek van Jos De Gelas uit 1983 over de beschermde papiermolen van Herisem en de voormalige kartonfabriek Winderickx. Een gelijksoortig onderzoek ontbreekt voor andere resterende overblijfselen van de papiernijverheid in Vlaanderen. Het erfgoedproject Fabrieksburen van de Cultuurregio Pajottenland en Zennevallei heeft wel nieuw bedrijfshistorisch bronnenonderzoek opgeleverd over de papierfabrieken Demeurs in Huizingen en Catala in Drogenbos. In tegenstelling tot de talrijke initiatieven in Nederland blijven acties vanuit Vlaanderen en Brussel om papiertechnieken op te nemen als Immaterieel Cultureel Erfgoed uit. Een van de laatst bewaarde voorbeelden van een industriële papierfabriek is de Papierfabriek de Meurs in Beersel. Het gebouw staat sinds 2003 leeg en takelt steeds verder af. Er zijn plannen om de site in 2021 te herbestemmen tot bedrijvenzone.

Bibliografie

Wie weet iets?

Jan De Cock - Onderzoeker
Harry van Royen - Onderzoeker
Jacques De Ro - Onderzoeker

Wie heeft iets?

Wie kan iets?

Reactie toevoegen

In de kijker

Hij is er! De nieuwe onderzoeksbalans industrieel erfgoed! Een prachtig referentiewerk, zoals we zelf durven zeggen...

Nieuwsbrief