Home / Watergebonden erfgoed / Scheepvaart tot ca. 1900

Scheepvaart tot ca. 1900

Tuigage Tall ShipTuigage Tall Ship

Op deze pagina worden de hoofdlijnen van onze regionale scheepvaartgeschiedenis tot aan de twintigste eeuw kort beschreven. Men kan het bekijken als een orientatiepunt van waaruit men verder op ontdekking kan gaan. De bibliografie en de lijst met onderzoekers en experten onderaan kan daarbij helpen.


Alles heeft een begin

Water, rivieren, zeeën: het heeft de moderne mens zelden afgeschrikt. We gingen er op zoek naar voeding en zagen al snel de mogelijkheden om er met vaartuigen goederen over te vervoeren en dus ook handel te drijven. De eerste harde archeologische bewijzen hiervan dateren van het derde millennium voor onze tijdrekening (v.o.t.). Deze vrij algemeen bekende bronnen tonen ons de maritieme contacten tussen het oude Egypte en andere beschavingen rond de Middellandse en Rode Zee.

Minder bekend is dat ook in Noordwest-Europa al vanaf het tweede millennium v.o.t. er sterke aanwijzingen zijn voor handelsverkeer met ‘zeewaardige’ schepen.
Zo zijn er in Noordoost-Engeland vaartuigen gevonden waarvan met koolstofdatering (C-14) is aangetoond dat ze teruggaan tot 2030 v.o.t.

In Zuid-Engeland hebben archeologen de Dover Boat gevonden en kunnen dateren op 1575-1520 v.o.t. Deze boot uit de bronstijd moet ruim 10 meter lang en ruim 2.5 meter breed zijn geweest. Door zijn robuuste bouw en de locatie van de vindplaats, in de stad Dover aan het Kanaal, is het niet ondenkbaar dat men met dit soort van vaartuigen het Kanaal overstak en handel dreef. Hoe dan ook, allerhande objecten uit Engeland die archeologen hebben gevonden in Europa, en vice versa, bewijzen dat er toen al intense contacten over zee waren. De Dover Boat is daarvan één van de vroegste getuigen.

Meer informatie over het boeiende Dover Boat-project, waar ook de Universiteit Gent bij betrokken is, vindt u hier en hier.

Boot van Dover op Oostende voor Anker 2019Reconstructie van de Boot van Dover. Foto: Joost Van Deuren

 

Innovatie uit het Noorden en Zuiden

Als de Romeinen in de eerste eeuw v.o.t. ook in onze regio voet aan wal zetten was hun kennis van het transporteren van militairen én van goederen over water van groot belang voor het slagen van hun missies. Ze deelden hun kennis en ook lokale expertise werd ingezet bij het bouwen van boten.

Een zeldzaam voorbeeld uit Vlaanderen zijn de archeologische fragmenten van de Boot van Brugge, een schip van zeven tot vijftien meter lengte. In het Nederlandse De Meern, Zwammerdam en Woerden zijn er meer volledige schepen uit de Romeinse periode gevonden. Het schip De Meern 1 is een mooi voorbeeld. Het heeft vandaag een centrale plaats in het museum Hoge Woerd in Utrecht.

Romeins schip De Meern 1 van Museum Hoge Woerd - fotograaf: Aafke HolwerdaRomeins schip De Meern 1 in het Museum Hoge Woerd, Nederland. Foto: Aafke Holwerda 

 

In de negende eeuw kwam uit het Noorden een volledig nieuw scheepstype de Schelde opvaren. Deze Noormannen en hun snelle, lichte en overnaads gebouwde schepen kennen we vandaag vooral van de verhalen van hun rooftochten in de vroege Middeleeuwen. Maar hun Drakkars, Snekken en Knarren werden in de eerste plaats lokaal ontwikkeld als schepen voor het transporteren van goederen. Ladingen van meer dan 26 ton waren geen uitzondering.

In Antwerpen heeft archeologisch onderzoek schaarse resten van een Snek aan het licht gebracht. Meer volledige archeologische voorbeelden zijn te zien in het Vikingeskibsmuseet in het Deense Roskilde. Verschillende reconstructies van deze schepen liggen er in de museumhaven. Ook deze Vikingschepen tonen het militaire en economische belang aan van transport over water met betrouwbare en snelle schepen.

 

Vikingschip museum Roskilde DenemarkenVikingeskibsmuseet - Roskilde, Denemarken. Foto: Joost Van Deuren

 

Een nieuwe motor voor transeuropese handel

Omstreeks de helft van de twaalfde eeuw werd de Kogge als vrachtschip ontwikkeld. Dit waren ook overnaads gebouwde schepen. Maar nu werd zwaar eikenhout gebruikt en kregen de schepen een vlakke, karveel gebouwde bodem of vlak. De belangrijkste vernieuwing was ongetwijfeld het stevenroer. Tot dan werden schepen op koers gehouden door een roer dat werd bevestigd aan de stuurboordzijde achteraan het schip. Dit verklaart trouwens de oorsprong van de begrippen stuur- en bakboord. Bij de Kogge werd voor het eerst het roer centraal aan de achtersteven bevestigd: aan het hek of spiegel. Dat verbeterde de vaareigenschappen aanzienlijk.

De Kogge werd uiteindelijk een belangrijk element in het enorme succesverhaal van de Hanze: een handelsverbond tussen privépersonen en steden in Noordwest-Europa.

 

Replica van de Kogge van Bremen ca. 1380

 

Van deze Koggen hebben we ook in Vlaanderen een schitterend voorbeeld door de archeologische vondst van twee schepen (ca. 1350) die werden ontdekt tijdens het graven van het Deurganckdok in Doel (Beveren). De schepen bevinden zich nu tijdelijk in een loods in Antwerpen waar ze nog enkele jaren chemisch behandeld worden om ze daarna als topstukken te kunnen tonen aan een groot publiek. In Antwerpen en ver daarbuiten droomt men al een hele tijd van een nieuw maritiem museum waarin deze schepen een prachtige centrale rol zouden kunnen spelen.

 

Kogge Deurganckdok - Doel. Foto: Lore Poelmans - Agentschap Onroerend ErfgoedKogge Deurganckdok, Doel. Foto: Lore Poelmans - Agentschap Onroerend Erfgoed

 

De wereldwijde handel ontwaakt

Op het einde van de vijftiende en verder in de zestiende eeuw zien we de start van spectaculaire ontdekkingsreizen en de daarmee verbonden intercontinentale handel over zee. De Portugezen en Spanjaarden effenden het pad met hun Kraken en Karvelen. Een fraai voorbeeld op ware grootte is bijvoorbeeld de reconstructie van de The Golden Hind (1577) aan de Theems in Londen. Dit schip waar Sir Francis Drake (1540 - 1596) mee op kaperstocht ging is een gemilitariseerde versie van een Kraak. Wat dichter bij huis, in Brussel, werkt het sociaal opleidingsproject van het Maritiem Atelier vzw sinds 2017 aan De Eenhoorn: een replica van een 17de eeuws Frans schip op schaal 1:4. De belangrijkste werken werden in 2019 afgerond.

Onder meer dankzij dit type van schepen kon Antwerpen in de eerste helft van de zestiende eeuw uitgroeien tot hét centrum waar de ingevoerde producten werden opgeslagen, verhandeld en verder verspreid. Dat succes was van vrij korte duur. Al in het midden van de zestiende eeuw begon de slagkracht van Antwerpen als handelscentrum te tanen. En als in 1587 de Scheldetoegang sterk werd gehinderd door de Noordelijke Nederlanden (Republiek der Verenigde Nederlanden) liep het verhaal in Antwerpen op zijn einde. De Noordelijke Nederlanden namen de positie van belangrijkste stapelplaats over.

Het is in deze context dat we de Spiegelschepen zien verschijnen: grote, snelle driemasters met als basis een Karveellijnenplan. In Nederland zijn daar mooie replica's van gemaakt. Denk aan het schip Halve Maen (1609) in het Nederlandse Centrum Varend Erfgoed in Hoorn of de VOC-schepen Batavia (1628) op de Bataviawerf in Lelystad en de Amsterdam in het Amsterdamse scheepvaartmuseum.

 

Replica VOC-schip Batavia in Lelystad, NederlandReplica van het VOC-schip Batavia (1628) in Lelystad, Nederland

 

Voor voorbeelden uit eigen land zijn we aangewezen op vondsten in zee. Van de ruim 350 geïdentificeerde wrakken voor onze kust zijn er vandaag al heel wat officieel beschermd als cultureel erfgoed onder water. Twee daarvan zijn de achttiende-eeuwse scheepswrakken Buiten Ratel voor de kust van Walraversijde en de restanten van het VOC-schip ‘t Vliegent Hart in de Scheldemonding.

De blokkade van de Schelde mag dan al een zware impact voor de handel over water hebben gehad, verdwijnen deed het niet. Naar voorbeeld van de VOC werd in 1722 de Generale Keijserlijcke Indische Compagnie opgericht, beter bekend als de Oostendse Compagnie. Oostende was toen de enige vrije haven van de Zuidelijke Nederlanden (Oostenrijkse Nederlanden). Deze  vereniging van reders organiseerden vanuit de Antwerpse beurs zeer succesvolle handelsbetrekkingen tussen Oostende, India en China. Onder druk van internationale politieke overeenkomsten werd deze organisatie al in 1727 geschorst en in 1731 definitief opgeheven. Maar tijdens het korte bestaan had het dertien schepen in eigen beheer en werden er enorme winsten gemaakt.


Dit verhaal gaat op deze website verder onder het thema Koopvaardij.

 

Bibliografie

Wie weet iets?

Fernand Van de Plas - Expert, Onderzoeker
Jef Vrelust - Expert
Gustaaf Asaert - Onderzoeker
Fernand Van de Plas - Expert, Onderzoeker
Greta Devos - Onderzoeker
Tolerant vzw - Organisatie
De Scute vzw - Organisatie
Ruimschoots vzw - Organisatie

Wie heeft iets?

Wie kan iets?

Tolerant vzw - Organisatie
De Trotter vzw - Organisatie

Reactie toevoegen

In de kijker

Hij is er! De nieuwe onderzoeksbalans industrieel erfgoed! Een prachtig referentiewerk, zoals we zelf durven zeggen...

Nieuwsbrief