Home / Watergebonden erfgoed / Scheepvaart tot ca. 1900

Scheepvaart tot ca. 1900

Tuigage Tall ShipTuigage Tall Ship

 

Er zijn archeologische vondsten en andere bronnen die wijzen op maritieme contacten tussen het oude Egypte en andere beschavingen rond de Middellandse en Rode Zee vanaf circa het derde millennium v.o.t. Ook in Noord-Europa zijn er rond de eerste millennia v.o.t. sterke aanwijzingen voor intensief handelsverkeer over zee.

Toen de Romeinen in de eerste eeuw v.o.t. bij ons voet aan wal zetten was hun kennis van transport van militairen over water, maar ook van goederen van groot belang voor het slagen van hun missies. Een zeldzaam voorbeeld hiervan in onze regio zijn de archeologische fragmenten van de Boot van Brugge: vermoedelijk een zeewaardig schip van zeven tot vijftien meter lengte. In het Nederlandse De Meern, Zwammerdam en Woerden zijn er completere restanten van  schepen uit de Romeinse periode gevonden.

Een volgende belangrijke ontwikkeling kwam uit het Noorden. Van deze Vikingen onthouden we vandaag vooral de verhalen van hun rooftochten in de vroege Middeleeuwen, maar hun Drakkars, Snekken en Knarren werden in de eerste plaats ontwikkeld als transportschepen die ladingen van meer dan 26 ton konden vervoeren. In Antwerpen heeft archeologisch onderzoek schaarse resten van een Snek aan het licht gebracht. Meer volledige archeologische voorbeelden zijn te zien in het Vikingschipmuseum in het Deense Roskilde. Verschillende reconstructies van deze schepen liggen er in de museumhaven.

Vikingschip museum Roskilde DenemarkenVikingschipmuseum Roskilde Denemarken. Foto: Joost Van Deuren

 

Met deze Vikingschepen als voorbeeld werd omstreeks de dertiende eeuw de Kogge als vrachtschip ontwikkeld. Dit zeilschip was een belangrijk element in het succesverhaal van de Hanze: een handelsverbond tussen privépersonen en steden in onze contreien en Noord-Europa. Van zo een Kogge hebben we in Vlaanderen een schitterend voorbeeld door de archeologische vondst van twee Koggeschepen (ca. 1350) die werden ontdekt tijdens het graven van het Deurganckdok in Doel (Beveren). Deze schepen zouden in de nabije toekomst een belangrijk deel kunnen uitmaken van het geplande nieuw Maritiem Museum in Antwerpen.

Replica van de Kogge van Bremen ca. 1380

 

Op het einde van de vijftiende en verder in de zestiende eeuw zien we de start van spectaculaire ontdekkingsreizen en de daarmee verbonden internationale handel over zee. De Portugezen en Spanjaarden effenden het pad met hun Kraken en Karvelen. Een fijn voorbeeld op ware grootte is de vandaag wat vreemd ogende reconstructie van de The Golden Hind (1577) aan de Theems in Londen. Dat schip is een gemilitariseerde versie van een Kraak waar Sir Francis Drake (1540 - 1596) mee op kaperstocht ging.

Onder meer dankzij deze schepen kon Antwerpen in de eerste helft van de zestiende eeuw uitgroeien tot hét centrum waar al deze producten werden opgeslagen, verhandeld en verder verspreid. Dat succes was van vrij korte duur. Al in het midden van de zestiende eeuw begon de handelskracht van Antwerpen te tanen. En als in 1587 de Scheldetoegang werd geblokkeerd, of toch sterk gehinderd werd door de Noordelijke Nederlanden (Republiek der Verenigde Nederlanden), namen zij de positie van belangrijkste stapelplaats over. Het is in deze context dat we de Spiegelschepen zien verschijnen: grote, snelle driemasters met een Karveellijnenplan als basis. In Nederland zijn daar mooie replica's van gemaakt. Denk aan het schip Halve Maen (1609) in het Nederlandse Centrum Varend Erfgoed in Hoorn of de VOC-schepen Batavia (1628) op de Bataviawerf in Lelystad en de Amsterdam in het Amsterdamse scheepvaartmuseum. Voor voorbeelden uit eigen land zijn we aangewezen op vondsten in zee. Van de ruim 350 geïdentificeerde wrakken voor onze kust zijn er vandaag al heel wat officieel beschermd als cultureel erfgoed onder water. Twee daarvan zijn de achttiende-eeuwse scheepswrakken Buiten Ratel voor de kust van Walraversijde en de restanten van het VOC-schip ‘t Vliegent Hart in de Scheldemonding.

Replica VOC-schip Batavia in Lelystad, NederlandReplica van het VOC-schip Batavia (1628) in Lelystad, Nederland

 

De blokkade van de Schelde mag dan al een zware impact hebben gehad voor de handel over water, verdwijnen deed het niet. Naar voorbeeld van de VOC werd in 1722 de Generale Keijserlijcke Indische Compagnie opgericht, beter bekend als de Oostendse Compagnie. Zoals uit de naam blijkt opereerde deze compagnie vanuit Oostende: toen de enige vrije haven van de Zuidelijke Nederlanden (Oostenrijkse Nederlanden). Deze  vereniging van reders organiseerden vanuit de Antwerpse beurs zeer succesvolle handelsbetrekkingen met India en China. Onder druk van internationale politieke overeenkomsten werd deze organisatie al in 1727 opgeheven, maar tijdens het korte bestaan had het dertien schepen in eigen beheer en werden er enorme winsten gemaakt.

 

Bibliografie

Wie weet iets?

Fernand Van de Plas - Expert, Onderzoeker
Jef Vrelust - Expert
Gustaaf Asaert - Onderzoeker
Fernand Van de Plas - Expert, Onderzoeker
Greta Devos - Onderzoeker
Tolerant vzw - Organisatie
De Scute vzw - Organisatie
Ruimschoots vzw - Organisatie

Wie heeft iets?

Wie kan iets?

Tolerant vzw - Organisatie
De Trotter vzw - Organisatie

Reactie toevoegen

In de kijker

Minister Sven Gatz lanceerde voor de tweede keer het beurssysteem dat kennisoverdracht tussen een 'meeste

Op zaterdag 23 maart organiseren we in het Mijnmuseum in Beringen onze 7e ETWIE-ontmoetingsdag. Het programma staat online en inschrijven is vanaf nu mogelijk!

Nieuwsbrief