Suiker

België behoort vandaag tot en van de meest competitieve suikerbiet-landen omwille van het geschikte klimaat. Nochtans is suiker ouder dan België zelf. Suiker is al ruim 800 jaar bekend in Europa, maar het is pas sinds de laatste 300 jaar dat het zoete product evolueerde van exotisch luxeproduct naar basisgrondstof in de voedselindustrie. 

In 1575 gaf de Franse schrijver Olivier de Serres (1539-1619) aan dat er suiker uit suikerbieten kan gehaald worden. Toch was de rietsuikerproductie in handen van Chinese ondernemers in Batavia dominerend. De ‘suikerbroden’ die na verwerking en uitlekken van de stroop verkregen werden, werden verkocht aan de Verenigde Oost-Indische Compagnie die de suikerbroden verscheepte naar Amsterdam om vandaaruit verder te verhandelen. Als draaischijf van de overzeese handel had Antwerpen sinds de 16e eeuw een traditie van suiker opgebouwd. In de 18e eeuw kwam de Pruisische chemicus Andreas Marggraf (1709-1782) tot de vaststelling dat het suikergehalte in de suikerbiet chemisch identiek was aan rietsuiker. In 1786 werd het suikergehalte door de Duitse wetenschapper Franz Karl Achard (1753-1821) verhoogt van 3% naar 20% door veredeling. Een methode om de suiker uit de bieten te onttrekken is een van zijn belangrijkste uitvindingen.

Ondertussen investeerden Antwerpse handelaars in bietsuikerraffinaderijen rondom de haven. De Continentale Blokkade (1806-1814) van Napoleon speelt aanvankelijk in het voordeel van de suikerbiet doordat het tijdelijk onmogelijk was om rietsuiker van overzee in te voeren. Maar echt doorbreken gebeurde niet. De teelt van suikerbieten was erg intensief en behoorlijk risicovol waardoor veel boeren liever voor een veiligere teeltoptie kozen om hun inkomen te verzekeren. In 1815 viel Napoleon’s Rijk samen met de Continentale Blokkade. Hierdoor kon rietsuiker opnieuw via de Antwerpse haven ingevoerd worden. De productie van suikerbiet viel terug samen met de investering van enkele Antwerpse handelaars.

Na de Belgische onafhankelijkheid in 1830 werden nieuwe bietsuikerfabriekjes opgericht en kwam de bietsuikerindustrie tot ontwikkeling samen met de eerste fase van de industrialisatie. De overheid was naast een belangrijke promotor van de spoorwegen ook mecenas van de suikerbietenteelt. Met een fiscaal gunstig regime voor suikerbiet hoopte de overheid landbouwers en industriëlen te overtuigen om zo de Belgische landbouw en voedingsindustrie te stimuleren. De afwezigheid van invoerrechten en accijnzen zorgde ervoor dat de aanpak werkte. De suikernijverheid verplaatst zich van de havensteden naar de vruchtbare gebieden van Henegouwen en Brabant. In sommige regio’s was het de eerste noemenswaardige industrie die voor een gedegen economische ontwikkeling zorgde. De suikerbiet werd beschouwd als de koningin van de gewassen en als dominante cultuur van de moderne, kapitalistische landbouw. Door de grote investering die de industrie vereiste, behoorden de agrarische ondernemers tot de economische elite. Vooral de oprichting van een suikerraffinaderij vergde veel kapitaal. Daarom concentreerden de meeste suikerfabrieken zich in de 19e eeuw op het raspen en extraheren van het sap van bieten of het verwerken van bieten tot ruwe suikers en geconcentreerde suikeroplossingen die doorverkocht werden aan een beperkt aantal raffinaderijen zoals die van Tienen. Naast de grote fabrieken ontstonden er in 1834 ook kleinere familiale bedrijven zoals Gme Mellaerts & Cie in Sint-Truiden. Aan het einde van de jaren ’30 van de 19e eeuw komen bietsuikerfabrieken op in de provincies Henegouwen, Luik en Waals-Brabant.

 

Na de jaren 1830 was bietsuiker de geduchte concurrent geworden van rietsuiker door de opkomende kritiek tegen het bloedsuiker afkomstig van koloniale slavenarbeid. Vanaf het midden van de 19e eeuw steeg de prijs van rietsuiker door de afschaffing ervan. Bietsuiker won daardoor enorm aan belang want de vraag die blijft natuurlijk. Bijkomend zorgde de daling van de graanprijzen in de jaren 1870 ervoor dat boeren op zoek moesten naar een winstgevende teelt. De suikerbiet!

Dit zorgde voor een exponentiele groei van suikerfabriekjes over heel Europa. In de jaren 1884-1885 mondde de concurrentiestrijd tussen rietsuiker en bietsuiker en de wereldwijde overproductie uit in een globale suikercrisis. De wereldmarktprijs van bietsuiker daalde in die jaren onder de kostprijs van rietsuiker. Hierdoor konden steeds meer mensen zich suiker veroorloven. Door de veranderingen in voedings- en cultuurpatronen in het industriële tijdperk, evolueerde suiker van verwennerij tot basisvoedsel. Invloedrijke artsen propageerden suiker steeds meer als een goedkope energiebron, centraal in het menselijke dieet. Het harde suikerbrood, waaruit men de suiker moest hakken, werd vervangen door klantvriendelijke kristalsuiker en vanaf de jaren 1880 door goedkope suikerklontjes. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd suiker overvloedig gebruikt als energiebron. 

In het interbellum werd suiker geïntegreerd in opmerkelijke marketingstrategieën die de bevolking op het belang van suiker moest wijzen om het gebruik ervan in huis te bevorderen. Er waren affiches en advertenties maar ook films en receptenboeken participeerden in de propaganda. De campagnes ter promotie van suiker bleven bestaan tot na de Tweede Wereldoorlog. Na een enorme groei doorheen de eeuwen is suiker in onze hedendaagse maatschappij gedevalueerd en onderwerp geworden van kritiek wegens verslaving, ziekte en te calorierijk. 

Herbestemming van het suikererfgoed

In Vlaanderen zijn de meeste sporen van de suikernijverheid, ondanks de wijde verspreiding, vandaag uit het landschap verdwenen. Slechts twee groepen blijven over, de Tiense Suiker in Vlaanderen en de Groep ISCAL in Wallonië. In 2007 werd de suikerfabriek van Moerbeke gesloopt. In 2016 ging ook de voormalige suikerfabriek in Veurne tegen de grond.

In het buitenland daarentegen zijn er mooie voorbeelden van herbestemming van panden waar vroeger suiker geproduceerd werd. Befaamd is de herbestemming van de voormalige Eridiana suikerraffinaderij in Parma. In Ljubljana wordt dit jaar de in 1828 opgerichte gebouwen van de Cukrarna Palace, Sloveens voor suikerfabriek, omgevormd tot galerij en plaats voor boeken en ontmoeting. Musea gewijd aan de productie van rietsuiker zijn talrijk in de oude-plantagegebieden zoals in Pamplemousses (Mauritius). De focus op de productie van bietsuiker daarentegen is zeldzaam binnen de museumwereld. In Vlaanderen ging in 2017 het Suikermuseum in Tienen dicht. De opvolger Z.O.E.T. (Zone voor Ontmoeting, Erfgoed en Toerisme) werd op de lange baan geschoven en uiteindelijk in 2019 naar de prullenmand verwezen.

Bibliografie

Wie weet iets?

Wie heeft iets?

Liberas - Archief, Documentatiecentrum

Reactie toevoegen

In de kijker

Hij is er! De nieuwe onderzoeksbalans industrieel erfgoed! Een prachtig referentiewerk, zoals we zelf durven zeggen...

Nieuwsbrief