Home / Precisie-instrumenten / Telescoop & microscoop

Telescoop & microscoop

De microscoop en de telescoop werden gelijktijdig ontwikkeld. In beide toestellen wordt een combinatie van twee lenzen gebruikt om ofwel kleine voorwerpen van dichtbij vergroot weer te geven (microscoop) of om voorwerpen van veraf zichtbaar te maken (telescoop).

Er bestaat heel wat controverse en onzekerheid omtrent de uitvinding van de microscoop. De naam die altijd opduikt, is die van Antoni van Leeuwenhoek (1632-1723). Het is lastig na te gaan wie de échte uitvinder is, maar ook namen als Zacharias Jansen (reeds in 1590), Galileo Galilei (1610), Drebbel (1624) en vele anderen passeren de revue. 

Zacharias Jansen (ca. 1585-1632) was een brillenslijper en lenzenmaker. Zijn microscoop was een afgeleide van de telescoop, en bestond uit kokers met daarin twee lenzen die in elkaar geschoven konden worden. Bij het in- of uitschuiven van de kokers kon het beeld vergroot worden. Er is jammer genoeg geen van zijn ontworpen microscopen bewaard gebleven. Jan Swammerdam en Robert Hooke hadden ook reeds een samengestelde microscoop, maar de vergrotende kracht viel in het niets bij de sterke lenzen die van Leeuwenhoek zou maken. Antoni van Leeuwenhoek wordt uiteindelijk gezien als de grondlegger van de microscoop zoals we die vandaag kennen. Dat komt omdat hij, als autodidact, zeer sterk vergrote glazen lenzen heeft onwtikkeld, gefabriceerd, geslepen en gepolijst. 

Vanaf het einde van de 19de eeuw werden verschillende technieken uit de natuurkunde, zoals interferentie, polarisatie, fluorescentie, fase-contrast... toegepast om nieuwe types microscopen te bouwen. 

De telescoop is naar alle waarschijnlijkheid een Nederlandse uitvinding. Als uitvinders worden vaak de Middelburgse brillenmakers Zacharias Janssen en Hans Lipperhey genoemd, inderdaad diezelfde Hollanders die genoemd worden in het verhaal van de microscoop. Wie van hen daadwerkelijk de eerste was, en of deze twee wel de eersten waren, is niet helemaal zeker. Er doet namelijk ook een verhaal de ronde dat de eerste telescoop in 1568 werd bedacht door een anonieme Britse wiskundige. Wie er dan ook de eerste was, het is een feit dat Lipperhey in 1608 een octrooiaanvraag indiende voor een ‘buyse waarmede men verre kan sien.’ Vermoedelijk werd er echter geen patent afgegeven op zijn ‘verkijkbuis’ omdat het instrument te eenvoudig na te bouwen was. Daarnaast waren er op allerlei plaatsen in Europa al brillenmakers aan het experimenteren met het combineren van geslepen glazen lenzen om een ‘verrekijkereffect’ te bewerkstelligen. Wel was Lipperhey de eerste die het instrument praktisch bruikbaar maakte en aan de man wist te brengen. 

Galilei verbeterde de verrekijker en transformeerde deze tot een sterrenkijker. Al snel zag hij dingen die nog niet eerder waren waargenomen: donkere vlekken op de zon, bergen en kraters op de maan en de ontelbare hoeveelheid sterren van de melkweg. Zijn ontdekkingen stonden haaks op de wetenschappelijke ideeën van die tijd en worden beschouwd als het begin van de moderne astronomie.

Bibliografie

Wie weet iets?

Wie heeft iets?

Wie kan iets?

Reactie toevoegen

In de kijker

Hij is er! De nieuwe onderzoeksbalans industrieel erfgoed! Een prachtig referentiewerk, zoals we zelf durven zeggen...

Nieuwsbrief