Tielt

De nijverheid in Tielt was lange tijd gebaseerd op de monocultuur van vlas. Een groot deel van de Tieltse bevolking werkte in de linnennijverheid, en de stad ontwikkelde zich in de 18de eeuw tot een belangrijke lakenmarkt.

De oprichting van het metaalbedrijf De Coster-Van de Velde in 1867 luidde de industrialisering van de stad in. De meeste bedrijven vestigden zich rond het Tieltse station. Aan de ambachtelijke huisnijverheid, die traditioneel sterk verspreid was in de regio, kwam vrij abrupt een einde. De intrede van de mechanische linnennijverheid zorgde echter ook voor werkloosheid en verpaupering.

Tijdens het laatste decennium van de 19de eeuw kende de schoennijverheid in Tielt een opvallende expansie. Samen met Izegem groeide Tielt rond 1900 uit tot het middelpunt van de schoennijverhed en -handel. In 1902 telde de stad meer dan duizend schoenmakers. De schoenfabricage bleef in Tielt echter vrij kleinschalig, grotendeels gebaseerd op thuisarbeid. De textielnijverheid bleef ook in het begin van de 20ste eeuw nog erg belangrijk voor Tielt. De stad stond bekend om zijn kantproductie, met de nadruk op 'Oude Binchekant" en 'Valencienneskant'. 

Uitgeverij Lannoo zorgde vanaf het begin van de 20ste eeuw voor een aanwezigheid van een grote drukkerij en uitgever.

In de jaren 1930 deed ook de kunststoffenindustrie zijn intrede in Tielt. De knopenfabriek Formica kende een bloei, en stond ook bekend om de productie van kammen.

Onder meer door de gebrekkige ontsluiting van de stad slaagde Tielt er in de tweede helft van de 20ste eeuw niet echt in om een attractiepool te worden voor de nieuwe industrieën. Bedrijven als Injextru en Erta kenden wel een zeker succes met de verwerking van kunststoffen.

Bibliografie

Reactie toevoegen

In de kijker

We smeden al volop plannen voor volgend jaar. Noteer alvast plaats en datum voor onze 8e ontmoetingsdag in jullie agenda: het nieuwe Gents Universiteits Museum, 9 mei 2020!

Nieuwsbrief