Touwslagerij

Eeuwenlang werd touw op dezelfde manier met de hand gemaakt door vezels met torsie in elkaar te draaien. In Vlaanderen waren langs alle belangrijke waterwegen (scheepswerven) en in de kustgebieden (havensteden) touwslagerijen actief, maar het was vooral in en rond Hamme dat deze nijverheid zich geconcentreerd heeft (Hamme, Berlare, Zele, Temse en Lokeren). 

Typerend voor de touwslagerij zijn de lange lijnbanen waar de strengen touw gedraaid werden. De lengte van de lijnbaan bepaalde grotendeels de lengte van het touw dat hier geproduceerd kon worden, hierdoor waren sommige banen meer dan 300 meter lang. Het proces van het touwmaken bestaat uit twee fasen. Eerst worden losse vezels op de lijnbaan in elkaar gedraaid tot één lange streng. In een tweede fase worden meerdere van deze strengen in tegengestelde richting in elkaar gedraaid werden tot een stevig touw, waarbij met een speciale klos gezorgd wordt dat dit met een gelijkmatige snelheid gebeurde. Om dikker touw te maken wordt de tweede fase verschillende keren herhaald, waarbij steeds dikkere lijnen gebruikt worden.

 

In de touwslagerij werkten heel wat kinderen. Al vanaf 5 jaar hielpen kinderen door te draaien aan de slinger zodat de touwslager, die met een zak vezels op de buik achterwaards de lijnbaan afstapte, de vezels in elkaar kon draaien. Het was hierbij belangrijk dat een constante draaisnelheid behouden werd zodat de streng over de gehele lengte even sterk in elkaar gedraaid was. In Hamme bijvoorbeeld betekende dit dat heel wat kinderen niet of nooit naar school konden gaan en er een hoge graad van analfabetisme was. In de 19de eeuw werd de handmatige touwslagerij sterk beconcureerd door de mechanische touwslagerijen. Het ambacht verdween grotendeels tegen het eind van de 19de eeuw, met hier en daar nog een touwslager die tegen bijzonder lage verloning nog steeds handmatig touw produceerde.

Om touw te maken kunnen allerlei vezels gebruikt worden. De hennepvezel was lange tijd de meest gebruikte, omdat deze uitzonderlijk lange vezels een hoge trekweerstand had en bijzonder goed bestand was tegen blootstelling aan zeewater (gebruikt voor sleepkabels, visnetten, zeilen en touwwerk, etc.). De verschillende vezels hadden vaak een specifieke functie. Zo was touw gemaakt van katoen zachter en kon het gebleekt en gekleurd worden. Deze touwen hadden vaak decoratieve doeleinden. Jutevezels daarentegen zijn breekbaar en stug, waardoor ze vooral gebruikt werden voor weinig duurzame garens (om bijvoorbeeld jutezakken mee te produceren). Ook met vlasvezels kon touw gemaakt worden, maar dit gebeurde zelden omdat hiervoor best vezels van oudere vlasplanten gebruikt werden. Vlasvezels werden doorgaans geoogst van jonge planten omdat dit de de fijnste, en meest waardevolle, vezels opleverde. Vandaag worden de meeste touwen van synthetische vezels gemaakt.

Bibliografie

Wie heeft iets?

Reactie toevoegen

In de kijker

Op donderdag 24 januari 2019 organiseren we in samenwerking met diverse partners in het Brandweermuseum in Aalst een ontmoetingsdag rond het brandweererfgoed in Vlaanderen. Meer informatie volgt nog, maar noteer alvast de datum in de agenda!

Nieuwsbrief