Verplaatsingswerken

Naarmate steden en gemeenten groeien, nieuwe infrastructuur aangelegd wordt of er uitbreidingen van voorzieningen gepland worden, kan het wel eens gebeuren dat een bestaand gebouw in de weg staat. En dan zijn er twee opties om ruimte te maken voor de aanpassingen en toch het bestaand gebouw te behouden: ofwel afbreken en heropbouwen, ofwel in zijn geheel verplaatsen.

Deze tweede optie bestaat er doorgaans uit het gebouw te stabiliseren, van de funderingen te lichten en te verplaatsen richting de nieuwe locatie.

Zo betekende de verhoging van de ringspoorweg in 1907 dat het station Antwerpen-Dam (gebouwd voor een gelijkvloers spoor) verplaatst moest worden. Onder leiding van Henry Weiss en Albert Morglia werd het gebouw van de funderingen opgevijzeld, op treinsporen gezet en 36 meter verder terug neergepoot. Deze werken waren voor de Antwerpenaren een heuse attractie. Zelfs prins Albert kwam kijken. 

Deze indrukwekkende onderneming was de referentie die de burgemeester en pastoor van Bocholt kon overtuigen om de twee genoemde ingenieurs in dienst te nemen om in 1910 de kerktoren van Bocholt te verplaatsen. Dat was nodig om ruimte te krijgen om de kerk te vergroten. Hoe dit in zijn werk ging en welk systeem de ingenieurs uitgedokterd hebben om een kerktoren uit 1411 te verplaatsen, kan je ontdekken in het Torenverplaatsingsmuseum van Bocholt. Deze verplaatsing was trouwens heel wat complexer dan die van het Dam-station, omdat al het gewicht geconcentreerd was op de betrekkelijk kleine voet van de kerktoren.

In 2013 werd in Mechelen nog een bijzonder stukje industrieel erfgoed verplaatst. Het oudste spoorweggebouw op het Europese continent werd er 34 meter opgeschoven. 

Bibliografie

Wie weet iets?

Wie heeft iets?

Reactie toevoegen

In de kijker

Op 22 oktober organiseert ETWIE een bezoek aan de indrukwekkende historische collectie van Delhaize. Aanmelden kan nog enkel voor de wachtlijst!

Nieuwsbrief