Vilvoorde

In de 19de eeuw had Vilvoorde nog overwegend een provinciaal karakter, maar geleidelijk onwikkelde de stad zich tot een belangrijk industriecentrum. Belangrijke transportwegen, zoals de spoorweg Brussel-Mechelen en de Willebroekse vaart, en de nabijheid van de hoofdstad, maakten van Vilvoorde een uitgelezen locatie voor nieuwe industrieën. De industriële expansie in het begin van de de 20ste eeuw zorgde voor grote veranderingen in Vilvoorde. Door de uitbouw van de Willebroekse vaart tot een zeekanaal, kreeg Vilvoorde een binnenhaven, die later nog met dokken werd uitgebreid. Heel wat nieuwe fabrieken vestigden zich in de kanaalzone. De nijverheid werd gekenmerkt door een grote verscheidenheid: chemische industrie, de autoassemblage en aanverwante bedrijven, de voedingsindustrie, het vervaardigen van onderhoudsprodukten en verfstoffen, centrale verwarmingsapparaten en kachels, metaalconstructie, de verwerking van buitenlandse houtsoorten en de bouwnijverheid... 

De economische recessie in de jaren 1970 sloeg in het sterk geïndustrialiseerde Vilvoorde echter erg hard toe. Verschillende belangrijke bedrijven sloten hun deuren, met in 1997 ook de sluiting van de grote assemblagehal van het Franse autobedrijf Renault. Sinds het einde van de 20ste eeuw kent Vilvoorde een nieuwe bloei met de vestiging van nieuwe bedrijven die vooral op diensten gericht zijn. Ondermeer het commerciële tv-station VTM en aanverwante bedrijven kwamen zich in Vilvoorde vestigen.

Opvallend in het Vilvoordse straatbeeld is de aanwezigheid van een industrieel 'straatmuseum'. Op verschillende plaatsen in de stad werden oude machines opgesteld, die vaak verwijzen naar de vroegere nijverheid in Vilvoorde.

Bibliografie

Wie weet iets?

Reactie toevoegen

Nieuwsbrief