Zwevegem

De gemeente Zwevegem werd vanaf 1860 ontsloten via het kanaal Bossuit-Kortrijk en vanaf 1869 via de spoorlijn Kortrijk-Avelgem-Ronse (gesloten in 1960). Dit speelde een belangrijke rol in de industriële ontwikkeling van Zwevegem. In 1871 werd in Zwevegem een suikerfabriek opgericht. Deze was geen lang leven beschoren en ging al snel failliet. Het geheel werd opgekocht en werd door de Kortrijkse katoenfabrikant Jan Raes gebruikt om er in 1884 een nieuwe weverij ‘La Flandre’ op te richten. Het fabriekspand samen met de directeurswoning kreeg een nieuwe bestemming als gemeentelijk ontmoetingscentrum ‘De Brug’. Andere textielbedrijven waren Leperre (1875), Glorieux (1890), en Tissage Knokke. Op het hoogtepunt van de textielproductie waren er zo'n 20 weverijen. In 1880 werd ook een staaldraadtrekkerij gesticht, dit bedrijf groeide uit tot de bekende Bekaert N.V. met vestigingen over de hele wereld. De oorspronkelijke fabriek werd tijdens de Eerste Wereldoorlog volledig verwoest en nadien heropgebouwd. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog werden ze beschadigd en herbouwd. De site van zo’n 75 ha. is verbonden met het voormalige spoorwegtracé en is, net als ‘La Flandre’, ook ontsloten via het kanaal. Rond 1900 kwam er ook een steenbakkerij (Briquetteries Modernes) die na WO I dakpannen produceerde.

In 1912-1913 wordt een elektriciteitscentrale gebouwd om aan de groeiende vraag naar energie te voldoen. Zwevegem was hiermee één van de eerste gemeenten in België die de openbare verlichting met elektriciteit voorzag en de elektriciteit ook beschikbaar maakte voor haar inwoners. De elektriciteitscentrale ‘Société de l’Electricité de l’Ouest de la Belgique’ lag aan het kanaal Bossuit-Kortrijk vanwege de nodige hoeveelheden koelwater. De productiecapaciteit en het machinepark van de centrale werd in de eerste helft van de 20ste eeuw regelmatig uitgebreid tot na de Tweede Wereldoorlog. Omdat de centrale niet verder kon uitbreiden werd in 1958 in Ruien een nieuwe centrale gebouwd. De elektriciteitscentrale in Zwevegem kon zijn dalende elektriciteitsproductie gedeeltelijk opvangen door een stoomnet te voeden. Klanten waren bijvoorbeeld ‘La Flandre’ en ‘Bekaert’. De centrale werd uiteindelijk omgeschakeld op stookolie en bleef in gebruik als reserve-eenheid tot en produceerde nog stoom tot 2001, toen de centrale definitief buiten gebruik werd geplaatst. Het project van Transfo Zwevegem voor herbestemming van de elektriciteitscentrale begon in 2002 en het programma wordt stapsgewijs gerealiseerd. Er werden al verschillende evenementen in de centrale georganiseerd, er is een avonturenparcours op de watertoren, langs de stoomleidingen en doorheen de ganse site. Er is een gemeentelijke fuifzaal en in de directeurswoning kreeg de afdeling woord van het kunstonderwijs een plaats. De daken van de gebouwen zijn hersteld en de grote schoorsteen en machinezaal gerestaureerd. De voormalige olietank werd omgebouwd tot een indrukwekkende duiktank.

Zwevegem telde oorspronkelijk ook heel wat molens, waarvan enkel Mortiers Molen, de Stenen Molen en de Molen Ter Claere bewaard bleven. Er is ook een ruïne van de Slypemolen, een van de weinige watermolens in West-Vlaanderen. Een opmerkelijk relict is ook de beschermde Sint-Pietersbrug in Moen, een ijzeren hefbrug met open vakwerkconstructie op het kanaal Bossuit-Kortrijk.

Een interessante traditie in Zwevegem is de zogenaamde 'Mechaegelstoet', een optocht die om de zeven jaar door de gemeente trekt. De stoet bestaat uit een 60-tal personen die verschillende oude beroepen uitbeelden. Met de Mechaegelstoet wil men de oude ambachten in ere houden. De voorbije edities van de stoet werden telkens georganiseerd door Willy Vancauwenberghe uit Zwevegem-Knokke.

Bibliografie

Wie heeft iets?

Reactie toevoegen

In de kijker

Hij is er! De nieuwe onderzoeksbalans industrieel erfgoed! Een prachtig referentiewerk, zoals we zelf durven zeggen...

Nieuwsbrief