Home / Een nieuw leven voor de machinezaal van Zeche Zollern

Een nieuw leven voor de machinezaal van Zeche Zollern

zollern1.jpg

Foto: Patrick Viaene
Foto: Patrick Viaene

Op 4 september vond in Dortmund-Bövinghausen (Duitsland) de plechtige inhuldiging plaats van de pas gerestaureerde machinezaal, pronkstuk van de voormalige koolmijn Zeche Zollern (schachten II & IV). Patrick Viaene was aanwezig bij de feestelijke opening en zorgde voor onderstaand verslag.

 

De prestigieuze koolmijn, bestaande uit een tiental grote en kleine gebouwen, werd tussen 1898 en 1904 opgericht en werd al gauw als industrieel icoon bekend in geheel Duitsland. Opdrachtgever was de Gelsenkirchen Bergwerk AG, die zich daarmee profileerde als ambitieuze marktleider in de Duitse steenkoolontginning. Omwille haar grote afmetingen en buitengewone architectuur (eclectische stijl en Jugendstil, de Duitse naam voor onze Belgische en Franse Art Nouveau), ontworpen door Bruno Möhring, is de machinezaal van Zeche Zollern bekend als 'industriële kathedraal van het Ruhrgebied'. De rest van de koolmijngebouwen werd vooral in neogotische stijl en in een lokale 'mengstijl' opgetrokken.

 

De machinezaal werd gerecupereerd, gedemonteerd en verplaatst vanuit haar vroegere locatie, de Internationale Industriële Tentoonstelling te Düsseldorf (in 1902) naar Bövinghausen, een kleine honderd kilometer verder dus! Het is één van de vroegste voorbeelden van een uitneembaar gebouw en verplaatsbare constructie in Duitsland, gebouwd ongeveer 50 jaar na 'Crystal Palace' te Londen, het eerste voorbeeld van zuivere montagebouw in de wereld.

 

Zeche Zollern II-IV is ook voor andere redenen buitengewoon: het was de allereerste mijn in Duitsland die de liftkooien met kompels en kolenwagens door middel van elektrische motoren (en niet langer met stoommachines) naar boven en beneden bracht. Een aantal van die reusachtige motoren draaien vandaag opnieuw, uiteraard aan een tragere snelheid dan toen de mijn nog operationeel was.

 

Na perioden van hoog- en laagconjunctuur werd zoals veel andere mijnen ook Zeche Zollern in de jaren 1960 getroffen door de mondiale crisis in alle traditionele industriële sectoren. De mijn sloot haar deuren in 1966 en verviel snel, tot een tweetal jaren later al (vrij snel dus) plaatselijke sociëteiten die alarm sloegen, hun slag thuis haalden met een voorlopige bescherming als monument tot gevolg in 1969. Dat jaar was meteen ook het symbolische startjaar van ontelbare industrieel-erfgoedinitiatieven en van de industrieel-erfgoedbeweging die zich in het Ruhrgebied razend snel zou ontwikkelen vanaf de jaren 1970-1975. In 1981 werd Zeche Zollern II-IV (voortaan ZZ) definitief beschermd.

 

Bij de plechtige heropenstelling vertelden verschillende sprekers, waaronder “industriecultuur-paus” Axel Föhl, hoe baanbrekend de redding van de ZZ-machinezaal geweest is. De hele ZZ-site werd in 1981 opgenomen in het netwerk van het Westfälisches Industriemuseum (WIM), heden het Westfälisches Landesmuseum für Industriekultur (of LWL-Industriemuseum). Het museum telt acht Aussenstellen (satelliet-musea), elk van hen handelend over één specifieke nijverheidstak, zoals de steenbakkerijsector, de glasnijverheid of de textielindustrie en met Zeche Zollern als hoofdmuseum en 'ankerpunt'.

 

De hele museuminrichting van ZZ werd voor de gelegenheid van de opnieuw toegankelijke machinezaal grondig opgefrist, met een eigen huisstijl en publieksfaciliteiten, dit in tegenstelling tot de machinezaal die (zoveel als mogelijk) teruggebracht werd naar de oorspronkelijke bouwsubstantie.

 

Per jaar worden in ZZ een viertal grote tijdelijke tentoonstellingen gepresenteerd, tal van pedagogische activiteiten, studiedagen, workshops, maar ook filmvoorstellingen, theater en concerten. Er is ter plaatse een restaurant (in de vroegere paardenstallen) en polyvalente ruimten die door derden gehuurd kunnen worden. Het museum omvat ook een (naar ‘Vlaamse normen’) waanzinnig goed uitgeruste werkplaatsen, waar een vast team van medewerkers, versterkt met vrijwilligers, jaar in jaar uit machines en museumobjecten restaureren uit alle afdelingen van het LWL-Industriemuseum. Bezoek aan deze ateliers is mogelijk, zij het enkel bij bijzondere gelegenheden en na afspraak.

 

Praktisch:
Adres: LWL - Zeche Zollern, Grubenweg 5, 44388 Dortmund-Bövinghausen.
E-mail:
zeche-zollern@lwl.org

Open: van dinsdag tot en met zondag van 10 tot 18 uur.
Toegangsprijs: 4,00 euro, 2,50 euro voor studenten, werklozen en andere rechthebbenden.


Tekst en foto's: Patrick Viaene

 

16/09/2016 - 16:04

Reactie toevoegen

In de kijker

In het kader van het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed organiseren we in samenwerking met de Nederlandse Stichting Bedrijfsgeschiedenis op vrijdag 16 november een studiedag over bedrijfserfgoed.

Nieuwsbrief