Home / Privécollectie onder de loep: de beitel van Pierre

Privécollectie onder de loep: de beitel van Pierre

Erfgoedcel TERF, ETWIE en Pierre Vangroenweghe werken sinds eind september samen om de omvangrijke schrijnwerkerscollectie te inventariseren. Om intussen ook een breder publiek warm te maken voor het schrijnwerkersmuseum zetten we nu en dan enkele ‘speciallekes’ in de kijker. Eerder bekeken we reeds de vouwbak, de schraapstaalhouder en het bijzondere gesmede nageltje.

Slijtage als getuige van arbeid: de beitel van Pierre

Pierre beschikt over een omvangrijke collectie gereedschappen, die hij met veel zorg en geduld netjes heeft 'opgekuist', zoals hij het zelf omschrijft. Daarmee bedoelt hij: het roest afnemen, snijvlakken slijpen en merkstempels opnieuw zichtbaar maken. Maar met de grootste prioriteit wil Pierre er bij het opsmukken van de objecten in zijn collectie voor zorgen dat de gebruikssporen van de vakmannen die met het gereedschap gewerkt hebben zichtbaar zijn en blijven. Of zoals hij het omschrijft: 'dat hun zweet er nog in zit'. 

Hij heeft dan ook bijzondere genegenheid voor de stukken gereedschap die nog heel duidelijk getuigen van het zware werk dat ermee werd uitgevoerd. Slijtage als getuige van noeste arbeid. En deze beitel, waar hij erg fier op is, heeft inderdaad ferme klappen van de hamer gekregen. De onderarm van de persoon die de beitel hanteerde, tintelde vermoedelijk nog lang na.

Beitels met baarden

Als je met een hamer hard op een beitel slaat, moet de energie ergens naartoe. In de eerste plaats in het hout of de steen die je probeert te kappen. Maar als het materiaal hard is keert de schok van de slag ook terug. Bij voorkeur wordt die schok wat gedempt. Dit is niet alleen schadelijk voor je pols en arm, maar je riskeert ook dat je hamer of beitel (of beiden) plots barst(en). Om dat te voorkomen moet één van de twee, hamer of beitel, een stuk zachter metaal hebben. Doorgaans gebruikt men een geharde hamer en een beitel met een 'weke' kant (waar je op slaat) en geharde punt. De hamer en punt van de beitel blijven zo ongedeerd, terwijl het zachtere metaal van de weke kant van de beitel de klappen opvangt en langzaam gaat vervormen.*

Hhoe harder de klap, hoe meer vervorming. De metalen bramen die omkrullen worden slag na slag langer en langer. Tot ze losschieten. Dat schieten mag je trouwens letterlijk nemen. De bramen kunnen met zeer veel kracht weggecatapuleerd worden. En aangezien de randen van die bramen vlijmscherp zijn dringen ze vlot door de huid van je hand, je arm ...

Om deze beitel nog veilig te kunnen gebruiken, zou je eigenlijk de omkrullende bramen moeten afzagen. Afslijpen gaat sneller, maar dat doe je beter niet aangezien het metaal van de beitel door warmteontwikkeling plaatselijk nog weker kan worden. Pierre bewaart de beitel liever in deze zwaar toegetakelde staat. Zo dwingt het object het verdiende respect af voor de werkman.

Wil je meer ontdekken? Maak dan gerust een afspraak en ga zelf even langs bij ‘De Temmerman en zijn Alaam’

* Beeldhouwers en steenkappers werken doorgaans omgekeerd, een geharde beitel met een zachte hamer.

05/03/2019 - 15:44

Reactie toevoegen

In de kijker

Op zaterdag 7 september organiseert ETWIE in samenwerking met de Vrienden van het Industriemuseum een studiebezoek aan het industrieel erfgoed in Oost-Vlaanderen!

Nieuwsbrief