Science today, history tomorrow

In het wetenschappelijk tijdschrift Nature verscheen vorige week een interessante bijdrage over het archiveren van de (informele) documentatie en correspondentie van hedendaagse onderzoekers. “Als we willen dat de volgende generaties de interactie tussen wetenschap en maatschappij kunnen begrijpen, dan moeten archieven, onderzoeksinstellingen en individuele onderzoekers dringend samenwerken om het documentaire erfgoed van de hedendaagse wetenschap veilig te stellen,” meent auteur Georgina Ferry.

De wetenschapsgeschiedenis heeft altijd dankbaar gebruik kunnen maken van de papieren archieven van onderzoekers uit het verleden. Door de vluchtigheid van de hedendaagse – hoofdzakelijk digitale – informatiestromen, dreigen dergelijke waardevolle bronnen in de toekomst echter niet meer beschikbaar te zijn voor historici.

“As a scientific biographer, I have spent hours happily immersed in piles of yellowing papers that are carefully stored in archive boxes and guarded by watchful custodians in academic libraries. Future biographers will not be as lucky. Today’s scientists underestimate the historical importance of anything other than their published papers; they communicate almost entirely electronically; and funding for archival preservation is increasingly uncertain. If we care about documenting the astonishing discoveries of the twentieth and twenty-first centuries, we must act now.” (Georgina Ferry)

Terwijl voor onderzoekers vaak enkel de gepubliceerde resultaten van belang zijn, hebben historici ook interesse in de context waarin deze wetenschappelijke resultaten tot stand kwamen. Tegenwoordig gaat het dan niet zo vaak meer over brieven en notitieboekjes, maar om laptops en grote hoeveel heden e-mails en webpagina’s. Tegenwoordig communiceren wetenschappers ook massaal via forumberichten en sociale media om hun expertise te delen of deel te nemen aan discussies. De alomtegenwoordigheid van dit ‘born digital’ materiaal maakt het archiveringsprobleem nog acuter. Sommige wetenschappelijke instellingen zijn zich wel degelijk bewust van het historische belang van de documentatie en correspondentie die wordt geproduceerd. Zo is het wereldbekende laboratorium CERN in Zwitserland al enkele decennia bezig met het archiveren van zijn eigen wetenschappelijk erfgoed. Binnen de instelling moedigen archivarissen de onderzoekers aan om hun documentatie te deponeren en er is een strategie om e-mails te selecteren en te bewaren. Als de geboorteplaats van het wereldwijde web, werkt CERN ook aan het archiveren van zijn eigen webpagina’s. 

De uitdaging is nog groter wanneer het gaat om grootschalige projecten in een internationaal netwerk. Ferry is zelf betrokken bij het ‘Human Genome Archive Project’. Dit internationaal archiveringsproject werkt rond de documentatie van een grootschalig onderzoeksproject dat het menselijke genoom in kaar brengt. Er werden middelen gevonden om een archivaris aan te stellen aan The Wellcome Library in Londen. Zij screent de beschikbare documentatie en correspondentie over het 'Human Genome Project' en zijn voorgangers. De eerste doelstelling hierbij is het catalogiseren van het materiaal. Op langere termijn wil men dit materiaal ook onderbrengen in ‘repositories’ en beschikbaar maken voor onderzoekers. Volgens Ferry toont het project toont duidelijk aan hoe fragiel de sporen zijn die de moderne wetenschap achterlaat in het historisch archief. Naast de technologische aspecten is er natuurlijk ook de noodzaak om wetenschappers duidelijk te maken dat hun correspondentie en documentatie van historisch belang kan zijn. Dit blijkt allesbehalve evident te zijn, onder meer omwille van de behoefte aan vertrouwelijkheid en privacy.

Volgens Ferry moeten onderzoekers ervan overtuigd worden dat de geschiedenis van de wetenschap veel meer is dan louter een chronologie van wetenschappelijke feiten en theorieën. De toegang tot informele bronnen is essentieel om een zicht te krijgen op de persoonlijke, politieke en sociale context van het onderzoek. Niet alleen moeten instellingen en individuele onderzoekers erop kunnen vertrouwen dat ze hun documentatie kunnen toevertrouwen aan professionele archivarissen, ook moeten subsidiegevers ervan overtuigd worden dat dergelijke inspanningen essentieel zijn om ons wetenschappelijk erfgoed te bewaren. Net daar wringt immers vaak het schoentje. Zo werd in 2009 de ‘UK National Cataloguing Unit for the Archives of Contemporary Scientists’ stopgezet omwille van een gebrek aan subsidies. De inspanningen worden nu, op vrijwillige basis, verdergezet binnen het 'Centre for Scientific Archives' (CSA).

Bron: Science today, history tomorrow (Nature 493, 19–21). Het volledige artikel op de website van Nature is betalend, maar er is ook een interessante (en gratis) podcast beschikbaar waarin het thema verder wordt besproken.

11/01/2013 - 00:00

Reactie toevoegen

In de kijker

We hebben beslist om de 8e ETWIE-ontmoetingsdag, die gepland stond op zaterdag 9 mei, te verschuiven naar een latere datum.

Nieuwsbrief