Uit de kennisbank: microscopen

De ETWIE-Kennisbank bestaat intussen 6 jaar. Ze bevat maar liefst 1562 fiches over mensen en organisaties uit het TWI-erfgoedveld, en dan zie je soms door het bos de bomen niet meer. Daarom duiden we elke maand iemand aan om in de kennisbank te duiken, er één fiche uit te plukken en die in de kijker te zetten.

Deze maand kiest Patrick Storme, docent aan de opleiding Conservatie-Restauratie van de Universiteit Antwerpen, zijn favoriete item uit de kennisbank.

De keuze van Patrick Storme

Gekozen item:

Telescoop en microscoop

Waarom:

Met microscopen kunnen we heel kleine zaken zichtbaar maken voor het menselijke oog, dat in se beperkt is qua mogelijkheden naar het heel kleine en naar het heel verre toe. Voor het uitoefenen van een vak of een ambacht, zoals het zilversmeden bijvoorbeeld, is het noodzakelijk om de invloed van de bewerkingen die men uitvoert, te kunnen inschatten.

 

 

Vandaag de dag kunnen we de microstructuur van het bewerkte zilver bestuderen waarbij we de korrels in een zilverlegering zichtbaar maken. Wanneer de korrels té erg verstoord zijn door het veelvuldig hameren bijvoorbeeld, zullen er microscopische barstjes ontstaan die met een verdere bewerking uitgroeien tot grote barsten die het werkstuk vernielen.

De ambachtslui uit vroegere tijden hadden geen microscopen om deze waarnemingen te doen, ze dienden zich van andere effecten te bedienen om in te schatten of het zilver nog ‘gezond’ was om verder te bewerken, of niet. Een belangrijk element hierbij is de klank. Bij het smeden kent het zilver een doffe slag wanneer het zacht staat en naarmate men verder hamert, verhoogt de klank evenredig met de hardheid die zich opbouwt.

Bij het uitgloeien van het zilver, om het opnieuw zacht te maken voor verdere bewerking, is dan weer de kleur van belang. Wanneer men het zilver in het vuur houdt, begint het van zo’n 500°C donkerrood uit te stralen, bij een 750°C oranje en bij een goede 900°C smelt het. Het is bij zilversmeden al sinds de oudheid bekend dat men niet hoger mag verwarmen dan donkerrood, omdat het anders te snel scheurt bij verdere bewerking. Door de microscopie weten we nu dat dat komt doordat de korrels bij een te hoge temperatuur teveel rekristallisatie optreedt en de korrels te groot worden, wat nadelig is om het zilver bij verder bewerken plastisch te houden.

Maar zelfs nu dat we heel wat microscopische technieken hebben, betekent het niet dat we die ook altijd kunnen gebruiken bij het bewerken van het zilver. Voor microscopische studie heb je steeds een monster nodig, dat op zijn beurt moet ingebed worden, gepolijst tot op micron niveau en dan pas bestudeerd kan worden. In de praktijk van het zilversmeden is dat dus niet haalbaar en moeten we zoals van oudsher voortgaan op gevoel, klank en kleuren.

Het herkennen van deze dingen bij het zilversmeden en bij het ciseleren (fijn bewerken met stalen ponsen en een hamer van een metalen oppervlak) is dan ook een van de belangrijkste zaken die worden meegegeven aan leerlingen in dit ambacht. Het ciseleerproject, zoals ingesteld in 2018 door toenmalig minister Sven Gatz, is daar een mooi voorbeeld van.

Meer info: www.patrickstorme.be.

 

Volgende maand kiest Cyril Carton een item uit onze kennisbank. 

Eerder verschenen in deze reeks:

 Torenverplaatsingsmuseum Bocholt
 Retrotheek Nieuwerkerken
 Collectie Torck 
 Bezoekerscentrum Jules Destrooper in Lo 
◆ Het TWI-erfgoed van de gemeente Anderlecht 
◆ Scheepvaart, scheepsbouw en -scheepsrestauratie 
◆ Watergebonden erfgoed
◆ Bakovens 
◆ Bakstenen
◆ Keramiekerfgoed van Boch
◆ Papiermolen van Herisem 
◆ Museum 'Hier brandt de lamp'
◆ Drukkerijmuseum van de Koninklijke bibliotheek 
Cementrustiek

 

30/03/2020 - 17:23

Reactie toevoegen

In de kijker

Hij is er! De nieuwe onderzoeksbalans industrieel erfgoed! Een prachtig referentiewerk, zoals we zelf durven zeggen...

Nieuwsbrief