Verslag ETWIE-ontmoetingsdag

Hieronder vind je een beknopt verslag van de eerste ETWIE-ontmoetingsdag, die plaatsvond op 1 december 2012 in Congres- en Erfgoedcentrum Lamot in Mechelen. De bijhorende (powerpoint-)presentaties kunt u hieronder nalezen.

Schepen Kristl Strubbe verwelkomde de deelnemers namens de Stad Mechelen.Dankzij de medewerking van het stadsbestuur kan ETWIE zijn werking ontplooien vanuit het Congres- en Erfgoedcentrum Lamot, waardoor nu maar liefst drie belangrijke landelijke spelers uit de erfgoedsector in Mechelen gevestigd zijn. De inkadering in de dynamische erfgoedwerking van Lamot is daarbij voor ETWIE een belangrijke troef. ETWIE zal bovendien de werking van het erfgoedcentrum ondersteunen, onder meer voor de presentatie van het erfgoed van het voormalige brouwgebouw.

Marina Laureys, afdelingshoofd Erfgoed bij het agentschap Kunsten en Erfgoed, lichtte vervolgens de rol van expertisecentra in het Vlaamse cultureel-erfgoedbeleid toe. Deze kenniscentra stellen zich ten dienste van de erfgoedbeheerders en zijn knooppunten voor het delen en ter beschikking stellen van expertise. Belangrijk daarbij is het ontwikkelen van een voldoende breed draagvlak. Marina Laureys: “Ik ben ervan overtuigd dat ETWIE het potentieel heeft om een belangrijke plek te worden in het cultureel-erfgoedlandschap. Dat betekent niet dat dit evident zal zijn. De cultureel-erfgoedgemeenschap binnen het domein van het technisch, wetenschappelijk en industrieel erfgoed is immers heel groot en divers. Naast tal van professionele cultureel-erfgoedactoren zijn er veel niet professionele cultureel-erfgoedactoren, vrijwilligers, privé-verzamelaars …die dit erfgoed koesteren, verzamelen en beheren. Om ETWIE als organisatie te laten slagen zullen de diverse actoren van de cultureel-erfgoedgemeenschap hun eigen noden moeten kunnen overstijgen om te komen tot een structurele en gefaseerde aanpak van de noden van het hele veld.”

 Als keynote-spreker focuste Jan Korsten op de wisselwerking tussen techniek en geschiedenis. In de loop van de 20ste eeuw is de techniek doorgedrongen tot in alle aspecten van ons dagelijks leven. Het technisch, wetenschappelijk en industrieel erfgoed is daardoor van groot belang. Men mag zich hierbij echter niet beperken enkel tot een nostalgische reflex. Er kan enkel een meerwaarde zijn wanneer het ergoed kan geplaatst worden in zijn bredere, historische context. Om die context te kunnen ontsluiten is veel wetenschappelijk historisch onderzoek vereist, en tegelijkertijd moet gezocht worden naar methodes om die historische kennis uit te dragen naar verschillende doelgroepen. In Nederland heeft de Stichting Historie der Techniek de voorbije jaren geprobeerd de geschiedenis van het land te ‘herschrijven’ door te focussen op de rol van wetenschap en techniek. De organisatie doet dit door het opzetten en coördineren van grootschalige onderzoeks- en publicatieprogramma’s, het uitvoeren van onderzoek in opdracht en het ontsluiten van onderzoeksresultaten voor een breder publiek. Het doel is te komen tot een 'contextualisatische geschiedenis', en er op verschillende manieren voor te zorgen dat de verworven kennis bruikbaar wordt voor onderwijs, beleidsmakers, bedrijfsleven en erfgoedinstellingen.

Danny Segers ging dieper in op de rol van het academisch erfgoed aan de Universiteit Gent. Momenteel zijn er aan de Gentse universiteit zes collecties die voor het publiek worden ontsloten. De diversiteit van deze collecties en musea is zeker een rijkdom, maar het nadeel is dat de collecties verspreid liggen over de universiteit. Men tracht deze collecties zo goed mogelijk in te schakelen in de onderwijs- en onderzoeksactiviteiten van de instelling. Daarnaast worden een aantal gemeenschappelijke activiteiten georganiseerd. Momenteel zijn er plannen om alle universitaire musea in Gent onder te brengen in één overkoepelend museum, waarbij ook het universiteitsarchief en de plantentuin betrokken zouden zijn. Dit museum zou ingericht worden in een bestaand gebouw bij de Gentse plantentuin, in de onmiddellijke omgeving van de stedelijke musea van Gent. Een voorbereidende studie werd alvast goedgekeurd door het universiteitsbestuur.

Sonia Rotenborg belichtte vervolgens de activiteiten van de vzw META (Mobiliteitserfgoed Tram en Autobus), met specifieke aandacht voor de rol van de vrijwilligers bij de inventarisatie en registratie. Vanuit META streeft men naar het verzamelen en bundelen van kennis en vaardigheden, zowel op technisch als historisch vlak. Vrijwilligers spelen daarbij een sleutelrol: kennis bestaat immers hoofdzakelijk in de hoofden van de vrijwilligers, en het doel van META is om die individuele kennis collectief te maken. Deze vrijwilligers vervullen binnen META verschillende taken: ze besturen de trams en bussen, geven rondleidingen, doen restauraties, staan in voor de beschrijving van collectie- en archiefstukken, de inventarisatie van reserveonderdelen... Door samen te werken wil men de vergaarde kennis doorgeven aan de volgende generatis. Een mooi voorbeeld is het inventarisatieproject, waarbij objecten door vrijwilligers worden beschreven en digitaal geregistreerd. Door gestandaardiseerde manieren van werken toe te passen, wil men de informatie toegankelijk maken voor publiek en wetenschappers.

Mario Baeck ging in zijn bijdrage in op de rol van individuele experts-vrijwilligers in de erfgoedsector. Hij onderscheidt drie basistypes individuele expert-vrijwilligers: de vakman, de theoreticus en de verzamelaar. Geregeld ondervinden deze vrijwilligers problemen met betrekking tot hun werking in de erfgoedsector: men voelt zich niet voldoende gewaardeerd, heeft weinig mogelijkheid tot inspraak in het beleid, stuit op onbegrip bij het stellen van bepaalde eisen... Samenwerking kan veel opleveren (verrijking van kennis, een breder netwerk, steun voor projecten, erkenning en uitstraling...), maar tegelijk kunnen zich bijkomende problemen stellen (andere klemtonen van partners, openstellen eigen studiecollecties, minimale vergoeding...). Via netwerking kan de duurzaamheid van kennis en expertise van individuele experten echter beter gegarandeerd worden. Individuele experten kunnen via het netwerk een vorm van erkenning van hun inhoudelijke waarde geëxpliciteerd zien. De honorering van de prestaties van de individuele expert-vrijwilligers blijf echter steeds een heikel punt.

Daniëlle De Vooght focuste daarna op het delen en ontsluiten van expertise in de erfgoedsector, aan de hand van enkele inspirerende voorbeelden in de erfgoedsector uit binnen- en buitenland. Hierbij werd vertrokken vanuit de noden van ETWIE, waarbij het in kaart brengen van de sector en het identificeren van 'good practices' een belangrijke prioriteit is. Op basis van een virtuele verkenningstocht werden een aantal voorbeeldprojecten en -praktijken toegelicht, waarbij op een innovatieve manier aan kennisdeling wordt gedaan. Hierbij werd gefocust op het vormen van netwerken van experten en expertise, de overdracht van kennis van de experts naar het grote publiek, en de mogelijke bijdrage van het publiek aan de opbouw van expertise. De steeds groeiende mogelijkheden van digitale media en virtuele netwerken kregen hierbij de nodige aandacht. De voorbeeldprojecten zullen inspiratie leveren voor de ontwikkeling en uitbouw van een digitaal platform, waarmee ETWIE de in Vlaanderen en Brussel aanwezige expertise in kaart wil brengen en ontsluiten. In deze context is het echter belangrijk dat er niet alleen virtuele, maar ook reële netwerken worden gevormd, en dat ook sociale en andere aspecten worden meegenomen in het erfgoedverhaal.

Wegens tijdsgebrek moest het discussiemoment tot een minimum beperkt worden. Toch kwamen enkele nuttige reflecties uit de zaal. Zo bleek men verheugd over de aandacht voor de vrijwilligers, maar werd er gewaarschuwd dat de 'pool' van vrijwilligers in de TWIE-sector erg beperkt is. De begeleiding van vrijwilligers is in deze context erg belangrijk. Ook willen de vrijwilligers graag meer inspraak in het beleid. Vanuit de zaal werd het belang van websites erkend, maar dit mag ook niet overschat worden. Veel zaken zijn online niet te vinden, wat uiteindelijk toch resulteert in een verlies van kennis en informatie. Wanneer organisaties ophouden met hun werking, verdwijnen ook heel wat online-documenten. Bovendien heeft men te kampen met 'infomation overload': in de massa aan informatie vindt men vaak zijn weg niet meer terug. Samenwerking mag zeker ook niet enkel gaan over 'virtuele' samenwerking. Ten slotte werd ook gepleit om voldoende aandacht te hebben voor de sociale context waarbinnen objecten tot hun recht kunnen komen. Deze context is vaak even belangrijk en waardevol als het voorwerp zelf.

Geert Vanpaemel sloot de voormiddag af met enkele afsluitende beschouwingen en een blik op de toekomst. Er blijkt duidelijk een nood aan ondersteuning van primaire erfgoedgemeenschappen om hun expertise duurzaam en beschikbaar te maken en om andere erfgoedgemeenchappen aan te boren. Daarvoor moet men zich richten tot het grote publiek. Daarbij moet men de vraag durven stellen wat het TWI-erfgoed betekent voor de samenleving in zijn geheel. De ambitie van ETWIE moet zijn om dat erfgoed een duidelijke functie te geven, en de rol ervan in de ontwikkeling van onze maatschappij te benadrukken. Kennis moet immers verder reiken dan de fysieke objecten die we hebben. Daarbij is het van belang om aandacht te hebben voor de verschillende partners, met vrijwilligers als belangrijke partners, maar ook gemeentebesturen, Vlaamse Overheid, scholen, internationale actoren... Het is dus de taak van ETWIE om te netwerken binnen die verschillende velden en samenwerking te genereren tussen de verschillende partners. Zo kan een vertrouwensbasis ontstaan, zodat mensen hun kennis willen delen en er een hechte gemeenschap van erfgoedbeheerders wordt gesmeed.

17/11/2012 - 15:21

Reactie toevoegen

In de kijker

Op zaterdag 7 september organiseert ETWIE in samenwerking met de Vrienden van het Industriemuseum een studiebezoek aan het industrieel erfgoed in Oost-Vlaanderen!

Nieuwsbrief