Home / Zomertips in eigen land! Met een knipoog naar technisch, wetenschappelijk en industrieel erfgoed

Zomertips in eigen land! Met een knipoog naar technisch, wetenschappelijk en industrieel erfgoed

Baksteenroute per fiets doorheen het Scheldeland

Dat de Vlaming een baksteen in de maag heeft, weten we allemaal. Maar waar komt die baksteen eigenlijk vandaan? Dat ontdek je tijdens een avontuurlijke fietstocht van 39 kilometer in de Rupelstreek.

Klei is de grondstof waar het allemaal om draait. Hoewel bakstenen al eeuwen gebruikt worden als bouwmateriaal, is het door de industrialisering in de 19e eeuw dat het aantal steenbakkerijen ook in Vlaanderen exponentieel is toegenomen. Deze steenbakkerijen hebben ontegensprekelijk hun sporen achtergelaten in het landschap. Door grootschalige kleiwinning ontstaan bijvoorbeeld ‘kleiputten’, die vandaag vaak zijn geëvolueerd tot natuurgebieden met een waardevolle biodiversiteit. Maar ook de beeldbepalende schoorstenen van steenbakkerijen aan de boorden van de Rupel geven een indicatie van de bedrijvigheid die er ooit heerste.

De fietstocht vertrekt in één van de grootste kleiputten in Vlaanderen: het Provinciaal Recreatiedomein De Schorre, gekend van Tomorrowland. Van daar gaat het naar het beschermde Noeveren - een gehucht in de gemeente Boom - en steenbakkerijmusea, de abdij van Hemiksem met het befaamde Gilliot & Roelants Tegelmuseum en het Museum Rupelklei in Rumst. Onderweg is er ruimte voor natuurliefhebbers om even te verpozen in het natuurgebied Walenhoek of op de veerdiensten over de Rupel. De lus eindigt in De Schorre.

De fietstocht is geschikt voor zowel de recreatieve fietser als de wielertoerist voor wie het wat sneller mag gaan. Getest en goedgekeurd!

De volledige fietsroute is gratis te downloaden op de website www.scheldeland.be.

Stroom in het Denderland

In Oost-Vlaanderen loont het de moeite om er te voet of per fiets op uit te trekken in het Denderland. De regio rond de gemeentes Aalst en Ninove herbergt tal van bezienswaardigheden en herinneringen aan een rijk industrieel verleden. De rivier de Dender en de spoorlijn Dender-Waas waren bepalend voor de ontwikkeling van de regio. Deze gelden dan ook als ideale reisroutes. We lichten alvast enkele favoriete bezienswaardigheden toe.

In het centrum van Aalst kan je niet om de rijke textielgeschiedenis en de figuur van Priester Daens heen. Twijnderijen, spinnerijen en weverijen groeiden hier in de 19e eeuw uit tot belangrijke fabrieken. Op heden kan je er nog altijd de sporen van terugvinden. Aan de Dender, net achter het station, bevindt zich kunstencentrum Netwerk Aalst in de voormalige gebouwen van Passementerie Van den Brulle, opgericht in 1870. De passementerie produceerde decoratief borduur- of kantkloswerk en leverde dit aan het Britse koningshuis, Disney World en Warner Bros Studios in Hollywood. Iets verderop, op het Werfplein, vind je het standbeeld van Priester Daens die uitkijkt op de vroegere arbeidersbuurt. In het centrum kan je via de wandeling ‘Over keizers, kapiteintjes en baronnen’ de stad verkennen. De brochure ‘In de voetsporen van Priester Daens’ neemt je mee langs de plaatsen waar Adolf Daens zijn strijd tegen sociaal onrecht voerde. Beide brochures zijn te verkrijgen bij de toeristische dienst van de stad Aalst.

Met de fiets kan je het jaagpad langs de Dender van Aalst naar Geraardsbergen volgen en kom je onderweg een aantal interessante plaatsen tegen. Fiets je Aalst uit, dan rijd je aan de oude leerlooierij Schotte voorbij. Het complex is nu gewijd aan sport en ontspanning; de oude schoorsteen is onder andere omgevormd tot klimmuur. Verderop in Ninove vind je nog verschillende restanten van luciferfabrieken. De stad nam ooit de helft van de productie van ‘stekskes’ in België op zich. Fiets je verder, dan kom je aan de ijzeren brug van Pollare, een deelgemeente van Ninove. De brug bevindt zich op de plaats waar vroeger al een veerdienst was, aanvankelijk voor vee en later voor personen die met de trein van Eichem naar Wallonië spoorden waar ze gingen werken in de steenkoolmijnen. De ijzeren brug, gebouwd in 1913, overleefde de twee wereldoorlogen maar net en werd beschermd omwille van zijn industrieel-archeologische waarde. Het is een zeldzaam voorbeeld van een vóór de Eerste Wereldoorlog toegepaste vakwerkbouw én speelde als oeververbinding een belangrijke sociale rol in de streek voor de pendelarbeid.

Reis je met de trein, dan loont het zeker de moeite om even stil te staan bij de stationsgebouwen van Zandbergen en Aalst. De gebouwen zijn ontworpen door Jean-Pierre Cluysenaar, architect van onder andere de Brusselse Koninginnegalerij. Ze behoren tot een minieme selectie overgebleven exemplaren van de oorspronkelijk zeventien door hem ontworpen stationsgebouwen op de Dender-Waaslijn.

Erfgoedcel Denderland focust met het project #STrOOM op de industriële restanten langs verkeersassen in de regio. Alle verhalen kan je vinden op www.erfgoedceldenderland.be/stroom. De erfgoedcel bracht een wandel- en fietsbrochure uit waarmee je zelf op verkenning kan gaan. In alle gemeentes langs het parcours bevinden zich ook erfgoedborden met meer uitleg over het industriële verleden.

Van molen tot molen trappen in Limburg

Het vlakke landschap van Limburg leent zich uitstekend voor een zomerse fietstocht, langs het indrukwekkende molenerfgoed bijvoorbeeld. Ooit waren wind-, water- en rosmolens een onmisbare schakel in onze voedselvoorziening, waardoor we ons met andere dingen konden bezig houden. Ze leverden eeuwenlang een aanzienlijke bijdrage tot onze welvaart. Ze waren letterlijk en figuurlijk de eerste motoren van onze economie. Er werd oliehoudend zaad geplet, ijzer gesmeed, hout gezaagd. Lakens werden gevold (vervilt), kruiden gemalen en polders droog gehouden. Vandaag blijven heel wat molens levende en imposante werktuigen. Bakens in het landschap.

De molenfietsroute rond Overpelt en omgeving leidt je langs vier windmolens, twee watermolens en het Molenmuseum. Zo fiets je de Wedelse Molen voorbij, volgens sommige bronnen de oudste watermolen van de Benelux. Die zou er al gestaan hebben in de 8e eeuw. Ook de Lilse Meulen ligt op je pad. Deze windmolen in Neerpelt vermaalt vandaag nog altijd koren en graan, onder leiding van vrijwillige molenaars. Een extra tip! Stap in Neerpelt even van je fiets bij het Klankenbos, een openluchtmuseum met prachtige klankinstallaties. Er staat zelfs een rij bomen waarin verschillende motoren hangen, zoals die van een wasmachine. Door een telefoonnummer te bellen, beginnen de motoren in bepaalde patronen te draaien. Dat doet de bomen trillen en het bladerdak ritselen. Indrukwekkend!

Heb je na de fietstocht nóg zin in een unieke molen? Een dertigtal kilometer verderop, in Maaseik, vind je de Klaaskensmolen, een houtzaagmolen. Dit is een watermolen die sinds 1916 stammen verzaagt tot houten planken. Het metalen waterrad drijft een mechanisme aan dat zowel een grote zaag heen en weer doet bewegen maar tegelijk ook de stam langzaam langs de zaag schuift. De tanden van de zaag zijn speciaal gezet zodat de zaag zowel bij de heen- als de weerbeweging in het hout ‘bijt’. Dat is bij een gewone handzaag die je thuis in je schuur hebt liggen niet het geval. Daar staan de tanden allemaal in dezelfde richting. De boomstam wordt door de molen in laagjes tot schaaldelen (lange planken waar de bast nog aanzit) gezaagd. En dat is vrij uniek, want de Klaaskensmolen is de laatste zaagvaardige watermolen in België!

De volledige molenfietsroute vind je via de website van Toerisme Limburg

17/07/2020 - 09:19

Reactie toevoegen

In de kijker

Hij is er! De nieuwe onderzoeksbalans industrieel erfgoed! Een prachtig referentiewerk, zoals we zelf durven zeggen...

Nieuwsbrief